Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Eerste contact en gesprek

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Culemborg 2026

1.. Het college neemt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de hulpvraag contact op met de jeugdige of diens ouder(s), en streeft ernaar binnen twee weken een eerste gesprek te voeren. 2.. Het gesprek vindt plaats met de jeugdige en diens ouder(s) en, indien gewenst, met personen uit het sociaal netwerk. 3.. Het gesprek richt zich op het in kaart brengen van de hulpvraag, de omstandigheden die daartoe hebben geleid, de veiligheid en ontwikkelbehoefte van de jeugdige, en de mogelijkheden van het gezin en netwerk. Het gesprek wordt gevoerd in begrijpelijke taal, afgestemd op de leeftijd en het bevattingsvermogen van de jeugdige. 4.. Het college verifieert, voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is, de identiteit van de jeugdige of diens ouder(s) aan de hand van een geldig identiteitsdocument of gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Het ontbreken van een identiteitsdocument vormt geen grond om de hulpvraag buiten behandeling te laten, tenzij er gerede twijfel bestaat aan de identiteit. 5.. Indien dit voor een zorgvuldig gesprek of onderzoek noodzakelijk is, kan het college de jeugdige of diens ouder(s) verzoeken om relevante bewijsstukken te overleggen. Daarbij beperkt het college de bewijslast zoveel mogelijk en handelt het volgens het beginsel van proportionaliteit. 6.. Het college kan, uitsluitend met uitdrukkelijke toestemming van de jeugdige of diens ouder(s) en voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de hulpvraag, informatie opvragen bij andere instanties of professionals, zoals de huisarts, en zo nodig met hen in gesprek gaan over de aard van de problemen en de meest aangewezen hulp. Het college legt vast voor welk doel de informatie wordt gevraagd en deelt deze niet verder zonder toestemming. 7.. Het college handelt bij het inwinnen en verwerken van informatie conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en beperkt zich tot die gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet.

Rechtspraak bij dit artikel