Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6.

Artikel 12. Onderscheid formele en informele hulp

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2026

1.. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2.. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de cliënt: Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 3.. Informele hulp is: Hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in het tweede lid; Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in het tweede lid, maar tot het sociaal netwerk van cliënt horen. 4.. De hoogte van een pgb wordt bepaald op basis van de dienstverlening die anders als zorg in natura zou zijn geleverd. Hierin wordt het volgende onderscheid gemaakt: als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een professionele aanbieder, betreft het tarief per uur of per resultaat naar gelang de zwaarte van de beperkingen en mate van begeleidingsbehoefte, maximaal 100% van het laagste tarief per uur of resultaat van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt; als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een zzp’ er, betreft het tarief per uur of per resultaat, naar gelang de zwaarte van de beperkingen en mate van begeleidingsbehoefte, maximaal 100% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde instelling die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt; als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een niet gekwalificeerd persoon uit het sociaal netwerk, dan geldt het tarief sociaal netwerk. 5.. De tarieven van dienstverlening worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de contractueel overeengekomen index voor de betreffende maatwerkvoorziening in natura; 6.. De cliënt die in aanmerking komt voor een pgb kan alleen diensten betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk indien dat aantoonbaar tot betere en efficiënte ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. 7.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 8.. Het pgb is niet bedoeld voor de betaling van: administratiekosten, reiskosten, bemiddelingskosten (van tussenpersonen of belangenbehartigers), eenmalige uitkering of feestdagenuitkering en vakantie. 9.. De hoogte van de geldelijke verstrekking voor een voorziening wordt vastgesteld op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de cliënt op dat moment zou hebben ontvangen, indien de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Indien de verstrekking in natura een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd die gelijk is aan de (resterende) technische afschrijvingstermijn van de voorziening, waarbij rekening wordt gehouden met onderhoud en verzekering. Indien de verstrekking in natura een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, waarbij rekening wordt gehouden met een door de gemeente te verkrijgen inkoop- of volumekorting, en de kosten van onderhoud en verzekering. 10.. de kostprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding, of na consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder.

Rechtspraak bij dit artikel