Het dagelijks bestuur stelt voorzieningen beschikbaar, die een traject ondersteunen.
Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van arbeidsinschakeling van personen uit de doelgroep, onder andere door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie en/of het bevorderen van sociale en zelfredzaamheid.
Het dagelijks bestuur kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
Het dagelijks bestuur kan een voorziening beëindigen:
indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikel 9 van de wet niet nakomt;
indien de belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
Indien het dagelijks bestuur een andere voorziening aanbiedt;
Indien een persoon die deelneemt aan een voorziening, inkomsten heeft die naar het oordeel van dagelijks bestuur betekenen dat hij in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt.
Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van de
of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 12.
Wanneer een voorziening is beëindigd en niet het beoogde doel heeft gehad, kan het dagelijks bestuur besluiten enige tijd geen nieuwe voorziening aan te bieden aan belanghebbende.
Bij uitvoeringsbesluit kan het dagelijks bestuur ten aanzien van de voorzieningen, met inachtneming van hetgeen daarover in het reïntegratieplan is bepaald, nadere regels stellen.
Artikel 11
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand 2008