Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026

1.. De belasting als bedoeld in artikel 4, onderdeel a. is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belasting als bedoeld in artikel 4, onderdelen b. tot en met d. is verschuldigd na het einde van het belastingjaar. 3.. Indien in afwijking van het tweede lid, de belastingplicht voor de belasting als bedoeld in artikel 4, onderdelen b. tot en met d. in de loop van het belastingjaar eindigt, is de belasting verschuldigd bij het einde van de belastingplicht. 4.. Indien de belastingplicht voor de belasting als bedoeld in artikel 4, onderdeel a. in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Indien de belastingplicht voor de belasting als bedoeld in artikel 4, onderdeel a. in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 6.. Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel