Artikel 2. Doel van de brede ondersteuning
1. De brede ondersteuning is gericht op:
a. het ondersteunen van de aanvrager bij het maken van een nieuwe start in het kader van herstel als bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, van de wet; en
b. het bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid.
2. De doelstellingen van de brede ondersteuning op de leefgebieden die de aanvrager in staat moet stellen een nieuwe start te maken zijn:
a. financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren;
b. gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen;
c. werk: minimaal de beschikking hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces;
d. wonen: een veilige en betaalbare plek om te wonen; en
e. zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.
Artikel 3. Uitzonderingen brede ondersteuning
Geen onderdeel van de brede ondersteuning zijn:
a. vormen van algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning;
b. ondersteuning op andere leefgebieden dan bedoeld in artikel 1;
c. vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet;
d. vergoeding van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling van een bedreigende situatie te voorkomen;
e. kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat een aanvraag is ingediend tenzij sprake was van een bedreigende situatie; of
f. kosten voor een advocaat bij het ontvangen van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.
Artikel 4. Doelgroep brede ondersteuning
1. Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan inwoners die onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder met brede ondersteuning een nieuwe start hebben kunnen maken.
2. Het college verleent ook brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend.
3. Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner.
4. Bij toepassing van het derde lid vindt over de verlening van toegang tot brede ondersteuning overleg plaats met de aanvrager en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar deze aanvrager inwoner is.
Artikel 5. Brede ondersteuning voor een minderjarige
Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan een minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling als deze:
a. jonger is dan zestien jaar en onder het gezag van een inwoner staat;
b. jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner die één van de gezaghebbers is; of
c. zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.