Deze beleidsregel verstaat onder:
Achterdakvlak: het van het openbaar toegankelijk gebied afgekeerde dakvlak, niet zijnde een zijdakvlak.
Monument: een gebouwd monument dat door de gemeente, provincie of het Rijk is aangewezen als monument.
Beschermd (dorps- of stads-)gezicht: een afgebakend gebied dat door de gemeente, provincie of het rijk is aangewezen als beschermd (dorps- of stads) gezicht.
Kapvorm: de wijze waarop een gebouw is afgedekt. Vaak zijn twee dakvormen te onderscheiden, met een hellend of met een plat dak. Binnen de hellende dakvormen komen meerdere kapvormen voor, die ook samengesteld kunnen zijn. Veelvoorkomende kapvormen zijn:
Afbeelding 1: verschillende dak- of kaptypes
Kil- en hoekkeper: de hoek tussen twee hellende dakvlakken:
Afbeelding 2: hoek- en kilkeper
Legplan: een tekening, op schaal en voorzien van maatvoering, van het dakvlak of de dakvlakken inclusief eventuele obstakels zoals een schoorsteen, rookgasafvoerpijp, dakvenster of dakkapel, waarop in de juiste afmetingen, verhoudingen en kleuren te zien is hoe de initiatiefnemer de zonnepanelen en/of -collectoren op het dak wil aanbrengen.
Nok, Noklijn: horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak. De noklijn en dus de ligging van het dak ten opzichte van de openbaar toegankelijke weg is belangrijk voor de zichtbaarheid van zonnepanelen.
Openbaar toegankelijk gebied: wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, en pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen alleen bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Plat dak: een vrijwel volledig horizontaal, niet hellend dakvlak en alleen precies schuin genoeg aflopend voor de afvoer van water. Op dit daktype hebben panelen het minste impact voor het aanzicht.
Thuisbatterij: een thuisbatterij (ook wel thuisaccu genoemd) is een soort grote oplaadbare batterij bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Meestal wordt de batterij opgeladen door zonnepanelen en eventueel ook door het elektriciteitsnet op uren dat de stroom goedkoop is. Daarmee kan de opgewekte stroom van zonnepanelen opgeslagen worden om op een later moment te gebruiken.
Tentdak of piramidedak: een daktype met vier of meer gelijkbenige driehoekige hellende schilden die samenkomen in één punt. Een stolp met een enkel vierkant heeft een tentdak.
Voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk, en die wordt bepaald door de naar het openbaar toegankelijk gebied, zoals de weg, openbaar groen of water, gekeerde gevel of het verlengde daarvan. Als een pand op een hoek staat kunnen er meerdere voorgevellijnen zijn.
Voorkant: de voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw, de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde direct grenst aan de weg of openbaar groen dan wel water. Als een gebouw twee voorgevelrooilijnen heeft, bepaalt de gemeente wat de voorkant van een gebouw betreft.
Warmtepomp: een warmtepomp is een systeem waarbij warmte uit de buitenlucht, de bodem of het grondwater gebruikt wordt om een huis te verwarmen. Veel warmtepompen hebben naast een binnenunit, ook een buitenunit. Voor de buitenunit van het warmtepompsysteem is dit toetsingskader opgesteld.
Wolfsdak: gelijkenis met een schilddak maar gekenmerkt door een kort afgeschuind driehoekig vlak aan de korte zijde.
Zijdakvlak: een hellend dakvlak dat zich aan de zijkant van een gebouw bevindt.
Zonnecollector: een paneel voor warmteopwekking uit zonne-energie, inclusief eventuele bijbehorende leidingen en bedrading.
Zonnepaneel: een paneel dat zonne-energie omzet in elektriciteit, inclusief eventuele bijbehorende leidingen en bedrading.
Hoofdstuk
Artikel 1.