Elk plan wordt beoordeeld in welke categorie van zichtbaarheid de panelen vallen. Er zijn drie categorieën te onderscheiden voor de zichtbaarheid van de zonnepanelen en -collectoren op de daken gezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied:
Niet zichtbaar – niet grenzend aan of gericht naar openbaar toegankelijk gebied, waarbij
de zonnepanelen en -collectoren geheel niet zichtbaar zijn;
of zéér beperkt zichtbaar zijn (bijvoorbeeld vanuit één zichtpunt).
Deels zichtbaar – niet grenzend aan of gericht naar openbaar toegankelijk gebied, waarbij
het dakvlak waarop de zonnepanelen of -collectoren komen deels zichtbaar is, en daarmee een deel van de zonnepalen zichtbaar zijn;
de delen van dakvlakken die niet zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied worden tot categorie 1 gerekend.
Niet, deels of volledig zichtbaar – grenzend aan of gericht naar openbaar toegankelijk gebied; of delen van dakvlakken die heel nadrukkelijk zichtbaar zijn – niet grenzend aan of gericht op openbaar toegankelijk gebied.
Het zichtpunt gemeten is vanaf gemiddelde ooghoogte ten opzichte van het maaiveld (1,70m); bij situaties waarbij het zichtpunt hoger ligt, zoals bij de bolwerken in Dokkum, op de terpen en bij de zeedijk zoals bij Moddergat, etc. ligt de ooghoogte op 1,70m gemeten ten opzichte van het verhoogde maaiveld.
Het gaat om jaarrond zichtbaarheid. Bomen, struiken en andere groenvoorzieningen die voor de zichtlijn het dakvlak staan worden als niet aanwezig gezien.
Openbare gebouwen niet worden verstaan onder openbaar toegankelijk gebied.
De zichtbaarheid ook wordt bezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied dat zelf niet in het beschermde gezicht ligt.
De gemeente beoordeelt de zichtbaarheid.
Hoofdstuk
Artikel 5.