Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Waalre 2025

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. 2.. In afwijking van het eerste lid kan de raad een taakveld welke onderdeel is van een programma als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. 3.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4.. Geautoriseerde investeringskredieten die langer dan één jaar uitlopen, vallen vrij. Wat betekent dat het krediet na twee jaar vrijvalt. Indien het krediet toch nog langer nodig is, dient het college dit aan de raad middels een voorstel begrotingswijziging voor te leggen. 5.. Het college informeert de raad door middel van de tussenrapportages als bedoeld in artikel 6, lid 1, als ze verwacht, dat: de lasten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden of onderschrijden; de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden of onderschrijden; de baten van een taakveld of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen overschrijden of onderschrijden. 6.. Bij de behandeling van de tussenrapportages doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde meerjarige investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 7.. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel voor aan de raad om het investeringskrediet vast te stellen. 8.. Het college is bevoegd kleine kredieten/budgetten met een incidenteel karakter te accorderen tot een maximum van in totaal € 25.000 per rapportageperiode uit de P&C cyclus en met een structureel karakter tot een maximum van totaal € 10.000 per rapportageperiode uit de P&C cyclus. Over uitgaven en inkomsten op basis van dit artikel wordt in de eerstvolgende tussentijdse rapportage / jaarstukken / (en zo nodig) raadsinformatiebrief verantwoording afgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel