Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Aanvrager: de eigenaar en tevens bewoner van de hoofdwoning Afhankelijke woonvoorziening: een tijdelijke extra woonvoorziening (generatiewoning/mantelzorgwoning) aan of bij de hoofdwoning Familiaire relatie in de eerste graad: partner (via huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract), (stief)ouders en (stief)kinderen Familiaire relatie in de tweede graad: (stief)broers en -zussen (stief)kleinkinderen, (stief)grootouders, schoonzussen en zwagers Familiaire relatie in de derde graad: ooms, tantes, neven/nichten (kinderen van een broer of zus), overgrootouders en achterkleinkinderen Generatiewonen: samenwoonvorm, vergelijkbaar met samenwonen in het kader van mantelzorg, voortkomend uit een familiaire relatie in eerste, tweede of derde graad tussen de aanvrager en tenminste één persoon van het huishouden ten behoeve van wie een aanvraag wordt gedaan om generatiewonen in een tijdelijke generatiewoning mogelijk te maken, zonder dat daarbij een medische indicatie nodig is Generatiewoning: afhankelijke woonvoorziening in het kader van generatiewonen aan of bij een toegelaten hoofdwoning, niet zijnde een recreatiewoning of bedrijfswoning, voor één huishouden van ten hoogste twee personen Hoofdwoning: het gebouw, rechtens bestaand, dat wordt aangemerkt als hoofdgebouw op een perceel, waar het persoonlijke leven van iemand hoofdzakelijk afspeelt, met eigen erf of erftoegang, niet zijnde een recreatiewoning of bedrijfswoning Persoonsgebonden omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning die wordt verleend aan de aanvrager, die wordt gekoppeld aan de personen ten behoeve van generatiewonen

Rechtspraak bij dit artikel