Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 17.

Beslissing op de aanvraag

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Ermelo 2026

1.. Burgemeester en Wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring weigeren/ afwijzen indien naar hun oordeel: het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van huisuitzetting in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag door overlast, fraude of criminele activiteiten die zijn veroorzaakt door de aanvrager of een lid van diens huishouden; de positie op de woningmarkt van de aanvrager zodanig is dat deze zelf binnen een redelijke termijn een woonruimte via de reguliere weg binnen de regio kan vinden; de woningzoekende de mogelijkheid heeft om binnen een redelijke termijn het woonprobleem op te lossen door het al dan niet tijdelijk bewonen van onzelfstandige woonruimte; de aanvrager niet economisch of maatschappelijk gebonden, als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Wet, is aan de woningmarktregio, met uitzondering van: de urgentiecategorie statushouders zoals bedoeld in artikel 25; de urgentiecategorie geweld en bedreiging zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid onder a en b; de urgentiecategorie mantelzorg zoals bedoeld in artikel 32; en, de urgentiecategorie deelname overheidsprogramma zoals bedoeld in artikel 30; het huisvestingsprobleem is ontstaan of bestaat doordat de aanvrager of een lid van het huishouden een woningaanpassing als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 niet heeft uitgevoerd; de woningzoekende niet in staat is om langdurig zelfstandig te wonen; de woningzoekende niet in het eigen bestaan of in de kosten voor de woning kan voorzien of de schulden niet op orde zijn; of de woningzoekende al is ingedeeld door Burgemeester en Wethouders van een andere gemeente binnen de woningmarktregio in de urgentiecategorie waarvoor de woningzoekende een aanvraag indient. 2.. Burgemeester en Wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring op basis van scheiding of relatiebreuk met kinderen of woonlasten, als bedoeld in de artikelen 33 en 34, weigeren/ afwijzen indien de aanvrager naar hun oordeel niet al hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden heeft gedaan om het huisvestingsprobleem op te lossen. In ieder geval wordt van deze woningzoekende verwacht dat hij gedurende zes maanden wekelijks heeft gereageerd op vrijkomend woningaanbod en dit ook kan aantonen. 3.. Ter voorbereiding op hun besluit op de aanvraag, kunnen Burgemeester en Wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen deskundig persoon of instantie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel