**1..** Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘geweld en bedreiging’ in aanmerking indien:
aan hem/haar wegens huiselijk geweld of mensenhandel een plaats in een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en hij die deze opvang verlaat; of,
ten aanzien van de woningzoekende of één of meer leden van diens huishouden sprake is van ernstig psychisch of fysiek geweld, ten gevolge waarvan de aanvrager redelijkerwijs niet langer in de zelfstandige woonruimte kan blijven wonen, en voldaan wordt aan de in het derde lid genoemde criteria.
**2..** Bij de indeling van de in het tweede lid, onder a bedoelde urgentiecategorie kan Burgemeester en Wethouders één of meer van de volgende voorwaarden opleggen:
de woningzoekende ontvangt begeleiding voor een door Burgemeester en Wethouders te bepalen duur van een instelling in de regio, indien dit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende;
de woningzoekende neemt de woonruimte in gebruik van een zorginstelling, indien dat naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende;
de indeling in de urgentiecategorie beperkt zich tot een woonruimte in een gebied met kenmerken die structureel bijdragen aan de deelname van de woningzoekende aan de maatschappij.
**3..** De in het eerste lid, onder b genoemde criteria zijn:
de aanvrager bewoont op het moment waarop de urgentieverklaring wordt aangevraagd rechtmatig een in de regio gelegen zelfstandige woonruimte; en,
er is een schriftelijke verklaring van de politie of Veilig Thuis, waaruit blijkt dat aanvrager in verband met de in het eerste lid, onder b. bedoelde problematiek om veiligheidsredenen niet meer in de zelfstandige woonruimte kan blijven wonen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 28.
Geweld en bedreiging
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Ermelo 2026