**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de ontheffing wordt verleend.
**3..** Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel 365ste /366e (schrikkeljaar) gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel 365ste /366e (schrikkeljaar) gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande dat ontheffing achterwege blijft indien het restitutie bedrag minder dan € 28,47 bedraagt.
**5..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verschuldigd op het moment waarop de bezoekersregeling wordt verleend.
**6..** Indien de bezoekersregeling binnen het geldende kalenderjaar niet ten volle is benut, blijven de resterende uren staan en kan de bezoekersregeling aangevuld worden tot het maximaal aantal uren voor het nieuwe kalenderjaar. Alleen voor de aanvullende uren geldt in dat geval de belastingplicht.