Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.1 en 4.1.3 zijn ook van toepassing.
Onder ruw gras wordt gras verstaan dat 6-7x/jaar gemaaid wordt en waarvan het maaisel blijft liggen. Hierdoor ontstaat een minder soortenrijke vegetatie dan bij hooibermen, maar een soortenrijkere vegetatie dan bij siergazon.
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.3.2-1
Ruw gras is toe te passen in bermen, taluds, grotere groengebieden en terreinen met een ecologische en/of ecologisch verbindende functie. Voor (tijdelijk) braakliggende terreinen is de toepassing eveneens geschikt. En als zoomvegetaties langs bosplantsoen.
1.3.2-2
Het beeld is ruig en minder verzorgd.
1.3.2-3
Ruw gras zo min mogelijk toepassen.
Beheerobject voegt nauwelijks iets toe aan de omgeving, biodiversiteit etc.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.3.2-4
Ruw gras is een mengsel van grasachtigen met verschillende soorten kruiden.
Onder ruw gras wordt dus niet verstaan productiegraslanden en gazons.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
1.3.2-5
Ruw gras wordt minder frequent gemaaid/onderhouden.
Gemiddeld 6-7x/jaar.
1.3.2-6
Ruw gras wordt niet afgevoerd.
Klepelen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1.3.2