Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.2, 4.2.1 en 4.2.5 zijn ook van toepassing.
Verkeers- en stedenbouwkundige uitgangspunten
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.5.1-1
De uitstraling en vormgeving van rotondes dienen aan te sluiten op rotondes die in de nabije omgeving zijn gerealiseerd.
Beplanting t.b.v. rotondes dient te zijn afgestemd op de bestaande landschappelijke inrichting.
2.5.1-2
Rotondes binnen de bebouwde kom dienen ontworpen te worden met fietsers uit de voorrang.
2.5.1-3
Rotonde worden ontworpen met vrijliggende fietspaden, fysiek gescheiden van de rijbaan.
Uitgangspunten ontwerp en inrichting
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.5.1-4
Rotondes worden vormgegeven conform de geldende ASVV en CROW publicatie 126 en 126a.
2.5.1-5
Het ontwerp van rotondes mag afwijken van de ASVV en CROW indien dit past binnen de laatste stand der techniek en ontwerpprincipes.
Biedt ruimte voor innovatieve oplossingen, mits deze gelijkwaardig of beter zijn dan de standaard.
2.5.1-6
De aanrijrichting dient bij voorkeur 20m voor de rotonde te worden ingezet.
Dit om een vloeiende oprijbeweging en tijdige signalering.
2.5.1-7
Fietsoversteken worden op 5m afstand van de rotonde geplaatst.
i.v.m. voldoende opstelruimte voor voertuigen en voorkomt blokkades op de rotonde.
2.5.1-8
Indien de aansluitende rijbaan geen kantopsluiting heeft, wordt de kantopsluiting van de rotonde minimaal 10 meter doorgezet op de rechtstand.
Voorkomt abrupte overgangen en draagt bij aan een nette en veilige afwerking.
2.5.1-9
Indien trottoirbanden worden toegepast aan de buitenzijde van de rotonde, dienen banden van 180/200x250 mm te worden gebruikt.
Voor een robuuste en duurzame afwerking die bestand is tegen verkeersbelasting
2.5.1-10
Indien geen trottoirbanden worden toegepast, wordt de buitenzijde voorzien van een rammelstrook.
Uitvoering conform rotondes van de Provincie Noord-Holland. Gegevens zijn te vinden op de site van de Provincie Noord-Holland.
2.5.1-11
Middengeleiders worden uitgevoerd met RWS-banden in de kleur wit (kleur echt) en hebben een minimale lengte van 3m.
De witte kleur verhoogt de zichtbaarheid en herkenbaarheid. Zie ook hoofdstuk 4.2.8.1 voor aanvullende eisen.
2.5.1-12
De middencirkel van de rotonde wordt uitgevoerd met rotonde plateauplaten voorzien van witte reflectoren aan de binnenzijde.
Alternatieven zijn toegestaan indien gelijkwaardig of beter.
2.5.1-13
Afwateringskolken met achteraansluiting worden toegepast, passend bij de gekozen kantopsluiting.
Ivm efficiënte afwatering en een nette integratie in het wegprofiel
2.5.1-14
Bij rotondes op doorgaande routes wordt rekening gehouden met exceptioneel verkeer en worden bochtstralen hierop afgestemd.
Voorkomt knelpunten en maakt de rotonde geschikt voor bijzondere transporten
2.5.1-15
Voetgangers- en fietsoversteken (VOP) worden voorzien van kanalisatiestrepen.
VOP en fietsoversteek op A-niveau aanbrengen.
2.5.1-16
Indien een fietsstrook op de rotonde wordt toegepast, dient deze te worden uitgevoerd in rood asfalt (RAL 3011) met 3% ijzeroxide en roodachtig (Schots) steenmateriaal.
Uitgangspunten uitvoering en onderhoud
Code
Omschrijving eis/uitgangspunt
Toelichting / verwijzing
2.5.1-17
Onkruidgroei op middeneilanden en rammelstroken dient actief te worden voorkomen.
Dit kan worden gerealiseerd door toepassing van voegvulling of kit.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.2.5.1