Naar hoofdinhoud
Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.3 en 4.3.1 zijn ook van toepassing. Algemene eisen In onderstaande opsomming staan de eisen, normen, voorschriften en richtlijnen genoemd waar aan voldaan moet worden. Voor deze geldt dat altijd de laatste versie van toepassing is. Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-1 De armaturen moeten voldoen aan de onderstaande NEN normen: NEN-EN 60529 Beschermingsgraden van omhulsels (IP-codering) NEN-EN 50102 Beschermingsgraden van omhulsels van elektrisch materieel tegen uitwendige mechanische stoten (IK-codering). NEN-EN 50110 Bedrijfsvoering van elektrische installaties. NEN-EN 60598-1 Verlichtingsarmaturen, deel 1: algemene eisen en beproeving. NEN-EN 60598-2-3 Verlichtingsarmaturen, deel 2-3: bijzondere eisen voor armaturen voor weg- en straatverlichting. NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. 3.1.2-2 De armaturen en hun componenten moeten voldoen aan de onderstaande EN normen: EN 55015 Limits and Methods of Measurement of Radio Disturbance Characteristics of Electrical Lighting. EN 61547 Equipment for general lighting purposes. EN 61000-3-2 limits for harmonic current emissions. 3.1.2-3 De met de armaturen gerealiseerde verlichting moet voldoen aan laatste versie van de NPR 13201 3.1.2-4 De armaturen moeten voorzien zijn van een CE-markering. 3.1.2-5 EMC richtlijn (Richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit). 3.1.2-6 Op de armaturen en hun componenten is de RoHS (Restrictions of the use of certain Hazardous Substances = beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen) van toepassing. 3.1.2-7 De toe te passen producten dienen te voldoen aan de geldende kwaliteit- en milieunormen. Daarnaast voldoen de producten en diensten aan de Nederlandse Arbowet- en regelgeving, Nederlandse Milieuwet- en regelgeving, de wet- en regelgeving op het gebied van brandveiligheid en de relevante actuele aanvulling op deze wet- en regelgevingen. Eventuele wet- en regelgeving over Arbo-, milieu en brandveiligheid dient ook te worden nageleefd. Mechanisch Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-8 Dichtheidsklasse IP (volgens NEN-EN 60529): De armaturen hebben een minimale dichtheidsklasse IP 54.or 3.1.2-9 Slagvastheid IK (volgens NEN-EN 50102). Bij lichtpunthoogte van 4m is er kans op schade door vandalisme. De lichtkappen een slagvastheid klasse van minimaal IK 10 te hebben. Bij lichtpunthoogte hoger dan 4m is het niet noodzakelijk slagvaste armaturen te gebruiken. Dan zijn lichtkappen met een slagvastheid klasse van IK 08 voldoende. 3.1.2-10 De armaturen en hun componenten dienen te voldoen aan IEC-normen. Constructie Code Omschrijving eis/uitgangspunt Raakvlakken 3.1.2-11 De armatuur dient zodanig te zijn uitgevoerd dat aanpassing van de lichtverdeling bij afwijkend wegprofiel mogelijk is. Wegen 3.1.2-12 De aansluiting van het snoer dient door middel van een stekerverbinding tot stand te worden gebracht. 3.1.2-13 Ten behoeve van het openen en sluiten van de compartimenten moet het armatuur voorzien zijn van een eenvoudig en verliesvrij maar degelijk sluitsysteem, dat zonder gereedschap kan worden bediend. 3.1.2-14 De armatuur en de daarin opgenomen apparatuur dient geschikt te zijn voor- en correct te functioneren bij een omgevingstemperatuur die kan liggen tussen -20ºC en +40ºC. 3.1.2-15 Armaturen die geschikt zijn voor bevestiging als opzet- of opschuifarmatuur moeten geschikt zijn voor: a. Mastmontage-opzet: 60 – 76mm. b. Mastmontage-opschuif: 60mm. Elektrisch Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-16 De armaturen worden geaard volgens klasse I, fundamentele isolatie en aarding. 3.1.2-17 De armaturen worden voorzien van elektronische voorschakelapparatuur/LED-driver. 3.1.2-18 De arbeidsfactor cosinus phi (cos) van het systeem moet minimaal 0,9 zijn. 3.1.2-19 De arbeidsfactor bij 50% dimmen van het systeem moet minimaal 0,85 zijn. 3.1.2-20 De aansluitkabel in de armaturen moet kunnen worden vastgeklemd door een beugelklem, waardoor er een deugdelijke trekontlasting ontstaat. 3.1.2-21 De toegepaste apparatuur moet bij een netspanning van 230 V 50 Hz, +/- 10 % (207 – 253 V) probleemloos functioneren. 3.1.2-22 De in de armatuur opgenomen elektrische apparatuur mag geen radiostoring veroorzaken. 3.1.2-23 De armatuur dient te zijn voorzien van gemonteerd aansluitsnoer (QWPK, in minimaal de volgende kwadratuur 3 x 1,0 mm².) De vereiste snoerlengte is gelijk aan de masthoogte, inclusief de eventuele lengte van de uithouder. Verlichting Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-24 De armaturen moeten voldoen aan de laatste versie van de NPR13201 voor de lichtuitstraling naar boven(lichtvervuiling/strooilicht). De armaturen voldoen minimaal aan de lichtsterkteklasse G2. 3.1.2-25 Om te voorkomen dat de armaturen via de ramen naar binnen schijnen of dat op de gevel ontoelaatbare hoge luminanties optreden, kan het wenselijk zijn lichthinderbeperkende voorzieningen in de armaturen te monteren. Ten behoeve van beperking van lichthinder achteraf dienen standaard lichthinderbeperkende voorzieningen (als accessoire) leverbaar te zijn. Een afscherming aan de buitenzijde van de armaturen is niet gewenst. Hierdoor bestaat de kans op extra vervuiling en gaat het lichtrendement omlaag. 3.1.2-26 De optiek van de armaturen kan een symmetrische of asymmetrische verlichtingskarakteristiek hebben. Deze dient zo gekozen te worden dat er zo min mogelijk masten nodig zijn. 3.1.2-27 De optiek, en eventueel de hellingshoek van de armatuur, dient zodanig instelbaar te zijn, dat ook bij afwijkende situaties de vereiste lichtkwaliteit kan worden gerealiseerd. Onderhoud en reiniging Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-28 Losse onderdelen dienen verliesvrij bevestigd te zijn. 3.1.2-29 De armatuur dient zodanig te zijn ontworpen dat reparaties op locatie kunnen worden uitgevoerd. Dat betekent ook dat onderdelen op locatie vervangen moeten kunnen worden. 3.1.2-30 De juiste positionering van de lamp moet te allen tijde zijn gewaarborgd. 3.1.2-31 De optiek dient onderhoudsvrij te zijn gedurende de levensduur van de armatuur. 3.1.2-32 De armaturen dienen hiervoor geschikt te zijn voor het vervangen van de lichtbron. 3.1.2-33 Bij ieder armatuur in de verpakking moet een montage- en aansluitinstructie bijgevoegd zijn. Levensduur Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-34 De armaturen moeten een te verwachten levensduur hebben van minimaal 20 jaar. 3.1.2-35 De armaturen en hun componenten moeten zodanig zijn uitgevoerd dat een goede werking wordt gegarandeerd bij de onderhoudscyclus gelijk aan de periode van de geplande lampvervanging. 3.1.2-36 De vereiste IP-waarde (zie mechanische eisen) moet ook na 20 jaar nog worden gehaald. Dit betekent dat hoogwaardige afdichtingmaterialen moeten worden toegepast. 3.1.2-37 Alle toegepaste materialen dienen corrosiebestendig te zijn, of hebben een corrosiebestendige oppervlaktebehandeling ondergaan, die de corrosiebestendigheid gedurende de levensduur garandeert. Er mogen geen uitloggende materialen gebruikt worden. 3.1.2-38 Contactcorrosie mag niet optreden. 3.1.2-39 Alle bevestigingsmaterialen, die bij onderhoud of reparatie worden gedemonteerd, dienen gedurende de levensduur demontabel te zijn. 3.1.2-40 Alle helder transparante materialen moeten UV-stabiel zijn of dienen aan beide zijden te zijn voorzien van een UV-beschermende laag. 3.1.2-41 Het verlies van lichtdoorlating van helder transparante materialen t.o.v. de aanvangswaarde mag over een looptijd van 5 jaar niet meer bedragen dan 6 %. Conservering Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-42 Voor alle metalen delen die in kleur moeten worden uitgevoerd, geldt: Het gekozen systeem (poedercoating, het basismateriaal, de voorbehandeling plus twee lagen poederlak) moet optimale hechting, kleurechtheid en weersbestendigheid gedurende de levensduur garanderen. 3.1.2-43 Conservering dient te voldoen aan NEN-EN ISO 12944 en NPR 7432. 3.1.2-44 Duurzaamheidklasse “hoog” en corrosieklasse minimaal C4-hoog, conform NEN-EN ISO 12944 3.1.2-45 Het conserveringssysteem dient te bestaan uit een poedercoating bestaande uit Qualicoat klasse producten (TGIC-vrij) 3.1.2-46 Minimaal 2 lagen, per laag minimaal 60 micrometer droge laagdikte. 3.1.2-47 Bovenkap: Kleuring bovenkap: indien kunststof: doorgekleurd hoogglans 80-90%, met een extra coating toepassen ter behoud van kleur en glans (vuilwerend) Garanties Code Omschrijving eis/uitgangspunt 3.1.2-48 De leeftijd van de door de leverancier geleverde producten en/of onderdelen dient te worden vastgesteld aan de hand van een duurzaam aangebrachte codering voorzien van leveranciersnaam, leveringsjaar en –kwartaal. 3.1.2-49 De leverancier dient de goede werking en uitvoering van de door haar geleverde producten en onderdelen te garanderen. Alle geleverde producten worden door haar af fabriek gecontroleerd op juiste uitvoering en werking en als bewijs daarvan voorzien van een controlesticker. Deze sticker moet goed zichtbaar aan de binnenzijde van de armatuur zijn aangebracht en voorzien zijn van een controledatum. 3.1.2-50 De leverancier dient garantie te verstrekken op de conservering van nieuw aan te leveren onderdelen. De garantie betreft de onderdelen die aan het “normaal“ milieu worden blootgesteld. Onder “normaal” milieu worden de omstandigheden bedoeld die om en nabij gemeente Den Helder gelden.

Rechtspraak bij dit artikel