Naar hoofdinhoud
Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 4.4.4-1 Bij nieuwbouw en vervanging wordt gescheiden riolering aangelegd. Afhankelijk van de lokale situatie wordt bij vervanging toegestaan dat dakvlakken aangesloten blijven op het vuilwater (dan gemengd) riool. Wel krijgen de percelen twee gescheiden aansluitpunten. Te zijner tijd zal het gescheiden aanbieden verplicht worden. 4.4.4-2 Bij het ontwerp van een nieuwe (inbrei)locatie of vervanging dient het gehele bemalingsgebied opnieuw doorgerekend te worden. Bij deze berekening dient expliciet gelet te worden op aanwezige leidingdiameters, de stroomsnelheid (>= 0,7 m/s persleidingen) en aanwezige pompcapaciteiten (Q/H – kromme). Ook de aanwezige overstortlocatie(s) dienen gecontroleerd te worden. Bij het (her)berekenen van een stelsel (bemalingsgebied) uitgegaan van de eerder beschreven onderzoeken en berekeningen. 4.4.4-3 Ten gevolge van de klimaatverandering worden de grondwaterfluctuaties veel groter. Met een Drainage Transport riool (DT) worden de hoogste pieken van de grondwaterstand als het ware afgevlakt. Gedurende de herfst en winter is de grondwaterstand vaak hoog, het DT-riool functioneert dan als drain waardoor de hoge grondwaterstand sneller zakt. Hierdoor zullen er minder problemen optreden. Bij neerslag dient zo veel mogelijk regenwater in de ondergrond te infiltreren. Het aanleg van een “wadi” of waterbergend cunet kan hier bij helpen. 4.4.4-4 De DT-riool leidingen altijd vlak en bovenkant buis 20cm onder het (grond)waterspiegel aanleggen. Ter voorkoming van ijzerafzetting in de leiding. 4.4.4-5 De DT-riool leidingen altijd dimensioneren op hemelwaterafvoer.

Rechtspraak bij dit artikel