Naar hoofdinhoud
Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 4.4.5.6-1 Overstorten zoveel mogelijk situeren aan groot en goed doorspoeld water. Mits dat geen nadelige gevolgen heeft voor de risico’s op wateroverlast. 4.4.5.6-2 Lozingspunten, in zijn geheel, onder de laagste waterstand ontwerpen. 4.4.5.6-3 Contact en vergunning traject dient te zijn afgestemd met de waterkwaliteitsbeheerder (HHNK). 4.4.5.6-4 Overstorten en uitlaten die op oppervlaktewater lozen altijd voorzien van uitstroomvoorziening/uitstroombak (met vuilrooster alleen in HWA). 4.4.5.6-5 Uitstroomvoorziening dient aan te sluiten op de plaatselijk situatie zoals talud e.d. 4.4.5.6-6 De uitstroomvoorziening moet zijn voorzien van schotbalksponning Hiermee kan het HWA/DT/Drainage riool afgesloten worden tbv reinigen en inspectie. 4.4.5.6-7 De overstortvoorziening dient te zijn voorzien van een overstortmuur met een minimale hoogte van 0,30 m boven het hoogste gemiddelde oppervlaktewaterpeil. 4.4.5.6-8 Overstorten dienen hydraulisch berekend te worden. Met de name breedte en lengte van de overstortmuur dient berekend te worden. 4.4.5.6-9 Indien de valhoogte meer dan 1,5 m is dient er op de uitstroomvoorziening een valbeveiliging geplaatst te worden in de vorm van een hekwerk. Conformeren aan vigerend bouwbesluit. 4.4.5.6-10 Bij overstorten in oppervlaktewater met zandige bodem een voorziening toepassen om uitspoeling van talud en bodem te voorkomen. 4.4.5.6-11 Overstorten en uitstroom-/Taludbakken aanbrengen op een houten paalfundering (zie details).

Rechtspraak bij dit artikel