Naar hoofdinhoud
Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstukken 4.5 en 4.5.1 zijn ook van toepassing. Code Omschrijving eis/uitgangspunt Toelichting / verwijzing 5.1.1-1 Alle te leveren verkeersborden voldoen aan relevante vigerende Europese en nationale wet- en regelgeving (bijvoorbeeld RVV 1990, NEN 3381, NEN-EN 12899-1, etc.). 5.1.1-2 Alle verkeersborden worden uitgevoerd met retro-reflecterende folie van minimaal reflectieklasse III. 5.1.1-3 Alle verkeersborden dienen van aluminium te zijn en voorzien van een dubbel omgezette rand (DOR). 5.1.1-4 Alle verkeersborden dienen uitgevoerd te worden met de juiste maatvoeringsklasse. 5.1.1-5 Kleurstelling DOR passend bij de kleurstelling van het beeldvlak. Het is toegestaan dat de DOR aan de achterkant van het verkeersbord dezelfde kleur heeft. 5.1.1-6 De achterzijde van het verkeersbord, exclusief de DOR is voorzien van een poedercoating in de kleur grijs conform het RVV 1990. 5.1.1-7 Verkeersborden dienen volgens de uitvoeringsvoorschriften van het BABW inzake verkeerstekens te worden uitgevoerd. Regels ten aanzien van afstanden, hoogtes, aantallen, toepassing 5.1.1-8 Integreer de plaatsing van verkeersborden in het inrichtingsplan door het opstellen van een bebordingsplan. Het plaatsen van bebording vindt plaats door middel van een bebordingsplan. Met name bij herinrichtingen, nieuwe wijken etc. 5.1.1-9 Verkeerstekens bij voorkeur zonaal toepassen Bv. Parkeerverbodszone / snelheidszone 5.1.1-10 Bewegwijzering wordt daar geplaatst, waar dat uit verkeerstechnisch oogpunt en in het algemeen belang noodzakelijk is. 5.1.1-11 Bebording wordt zoveel mogelijk geclusterd om visuele vervuiling te beperken Bij plaatsing van meerdere verkeersborden op of nabij dezelfde locatie geldt het uitgangspunt dat borden worden gecombineerd op één drager, mits dit wettelijk toegestaan is en de leesbaarheid niet wordt aangetast. Vermijd overbodige, dubbele of tegenstrijdige bebording. 5.1.1-12 Vermijd plaatsing van borden op ongewenste zichtlijnen of in landschappelijk waardevolle zones. In ruimtelijk gevoelige gebieden (groene entrees, zichtlijnen, historische omgevingen) worden verkeersborden terughoudend toegepast. 5.1.1-13 Verkeersborden worden geplaatst op een vaste montagehoogte. Binnen bebouwde kom: minimale montagehoogte 2,20 meter. Buiten bebouwde kom: minimale montagehoogte 1,50 meter. Bij fietspaden/voetpaden: minimaal 2,00 meter boven het maaiveld (in verband met hoofdruimte). Bij combinatieborden wordt de hoogte afgeleid van het laagst hangende bord. Verkeersborden dienen tevens zodanig te worden gemonteerd dat de zichtbaarheid en leesbaarheid optimaal is voor de doelgroep. 5.1.1-14 Oriëntatie van verkeersborden is haaks op de rijrichting. Verkeersborden worden standaard haaks (loodrecht) op de rijrichting van het verkeer geplaatst. Bij afwijkende situaties (zoals bochten, kruisingen of bebouwde gebieden) wordt gekozen voor een hoek die de leesbaarheid bevordert en hinder voorkomt. 5.1.1-15 Voor de te plaatsen verkeersborden geldt (meestal) dat hier een verkeersbesluit aan ten grondslag moet liggen

Rechtspraak bij dit artikel