Alle voorgaande eisen en randvoorwaarden in hoofdstuk 4.9 zijn ook van toepassing.
Code
Eis
Toelichting / verwijzing
9.3-1
Pas bij niet doorvaarbare duikers een minimale inwendige diameter toe van 600 mm. Pas een grotere diameter toe indien voor de afvoercapaciteit van de sloot dit noodzakelijk is.
Bij dammen in greppels mag hiervan afgeweken worden met een minimale inwendige diameter van >200mm. Bij duikers in het stedelijke of agrarisch watersysteem dienen deze te voldoen aan de eisen van het waterschap.
9.3-2
Binnen bovenkant van de duiker tenminste 30% of 0,25 m boven water.
9.3-3
Pas in ecologische verbindingszones duikers toe i.c.m. fauna-passerende maatregelen.
9.3-4
Bekijk of een vuilrooster noodzakelijk is. Pas alleen roosters met verticale spijlen toe, opdat de duiker met een hark kan worden schoongemaakt.
9.3-5
Zorg dat bij duikers in de bebouwde kom eventueel kabels en leidingen over de duiker heen kunnen worden geplaatst.
Tenminste 80 cm dekking op de duiker t.b.v. K&L
9.3-6
Bij knikken in de duiker en bij lengten groter dan 15m inspectieputten plaatsen.
9.3-7
Geen hemelwaterriolen aansluiten op duikers
9.3-8
Een duiker dient te allen tijde bereikbaar te zijn voor onderhoudsvoertuigen vanaf het land.
Uitgangspunt is onderhoud vanaf het land en niet vanaf het water.
9.3-9
Betonnen duiker ø 800 mm lengte maximaal 15 m
Bij langere lengtes tussenput plaatsen.
9.3-10
Duikers in hoofdwatersystemen, afmetingen vaststellen in overleg met hoogheemraadschap
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.5.1
Artikel 4.9.3