Op een daartoe strekkend verzoek van een belanghebbende ten aanzien van hemzelf of zijn ten laste komend kind kan het college een tegemoetkoming verstrekken in de kosten van culturele, maatschappelijke en sportieve activiteiten indien hij op de datum van aanvraag:
inwoner is;
in de periode van 3 maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag plaatsvindt een inkomen heeft van ten hoogste 120% van de toepasselijke bijstandsnorm;
een inkomen heeft van ten hoogste 120% van de toepasselijke bijstandsnorm; en
geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet, met dien verstande dat in afwijking van dat artikel het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf dat meer bedraagt dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d, niet gerekend wordt tot het in aanmerking te nemen vermogen waardoor het totale vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet tot het in aanmerking te nemen vermogen gerekend wordt.