Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1

WELK INKOMEN TELT MEE?

Onderdeel van Beleidsregels ondersteuning minima 2026

Voor het bepalen van het inkomen sluit de gemeente aan bij de wet. Inkomsten tellen netto mee, dus na aftrek van verplichte inhoudingen zoals loonbelasting en premies volksverzekeringen. De inwoner moet over de inkomsten beschikken of kunnen beschikken. Een inwoner kan niet beschikken over inkomsten waarop executoriaal beslag is gelegd of die gereserveerd worden voor schuldeisers omdat een schuldregeling op grond van de WSNP is uitgesproken. Inkomsten tellen ook niet mee als er een minnelijke schuldregeling met de inwoner is afgesproken waarmee de schulden worden afgelost volgens de zgn. VTLB-berekening (vrij te laten bedrag dat overblijft na inhouding voor de schulden). Ook het deel van de bestuursrechtelijke premie voor de zorgverzekering dat uitstijgt boven de gemiddelde nominale premie, wordt niet als inkomen aangemerkt, omdat de inwoner hier niet over kan beschikken. Inkomsten die de wet vrijlaat voor de algemene bijstand, laat de gemeente ook vrij voor de bijzondere bijstand. Dit betekent dat die inkomsten niet meetellen bij het bepalen van de draagkracht. De individuele inkomenstoeslag en studietoeslag tellen we ook niet mee. Het inkomen wordt vergeleken met de bijstandsnorm (zie art. 2.4.2). Is het inkomen hoger, dan heeft de inwoner draagkracht. De inwoner betaalt dan zelf de kosten Bij het bepalen van de bijstandsnorm houdt de gemeente geen rekening met eventuele medebewoners op het adres van de inwoner (de zgn. kostendelers). Ook houdt de gemeente geen rekening met de vraag of de inwoner een schoolverlater is of een woonruimte heeft waaraan weinig of geen kosten verbonden zijn. Die situaties blijven buiten beschouwing. Bij het inkomen houdt de gemeente geen rekening met de vakantietoeslag. Het inkomen exclusief vakantietoeslag wordt afgezet tegen de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Hierdoor kan de inwoner in sommige gevallen meer inkomen hebben voordat hij boven de norm uitkomt. De opgebouwde vakantietoeslag wordt dus niet meegerekend als onderdeel van het inkomen, maar maakt wel deel uit van de bijstandsnorm, conform de wettelijke kaders (artikel 19 lid 2 en 3 en artikel 35 lid 1 Participatiewet). De gemeente beoordeelt wat het inkomen in de maand vóór de aanvraag is. Heeft de inwoner een wisselend inkomen, dan wordt het gemiddelde inkomen over de achterliggende zes maanden genomen. Als de inwoner bijzondere bijstand aanvraagt voor kosten die vóór de aanvraagdatum liggen, dan wordt het inkomen vastgesteld in de maand waarin de kosten zijn gefactureerd. Let op: Als een inwoner langer dan een jaar algemene bijstand ontvangt en de bijstand wordt beëindigd omdat de inwoner gaat werken, dan gaat de gemeente ervan uit dat de inwoner tot een jaar na de einddatum van de bijstand geen draagkracht uit het inkomen en vermogen heeft (dit is niet van toepassing voor artikel 2.4.2). Let op: Wanneer een inwoner een aanvraag indient en het inkomen in de afgelopen 12 maanden voor één van de in deze beleidsregels genoemde regelingen al is vastgesteld op basis van bewijsstukken, wordt deze vaststelling gehanteerd 1 De regelingen Bijzondere Bijstand voor de paragraaf 2.5.23 Eigen bijdrage kinderopvang, Studietoeslag, Individuele Inkomenstoeslag en Kindpakket zijn uitgezonderd.. De draagkracht uit inkomen wordt in dat geval niet opnieuw berekend. Niet de datum van aanvraag, maar de datum van vaststelling van het inkomen is bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel