De gemeente berekent wat de inwoner in het draagkrachtjaar zelf kan bijdragen aan de kosten. Die bijdrage wordt afgetrokken van de bijstand waarop de inwoner recht heeft. Het draagkrachtjaar begint op de eerste dag van de maand waarin de inwoner de aanvraag voor bijzondere bijstand indient en eindigt twaalf maanden later. Als de kosten eerder zijn gemaakt, gaat het draagkrachtjaar in op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gefactureerd.
Bij elke volgende aanvraag binnen het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met de eerder vastgestelde draagkracht tijdens dit draagkrachtjaar; de vastgestelde draagkrachtruimte blijft gelden.
Indien zich tijdens het draagkrachtjaar een substantiële wijziging voordoet in het inkomen, vermogen of de leefsituatie van de inwoner, kan de gemeente besluiten het draagkrachtjaar te heropenen en de draagkracht opnieuw vast te stellen. Deze wijziging gaat in op de eerste van de maand waarin de wijziging zich heeft voorgedaan en geldt tot het einde van de eerder vastgestelde draagkracht periode. De vastgestelde draagkracht over de voorliggende maanden blijft van kracht. Onder een substantiële wijziging wordt in ieder geval verstaan: een stijging of daling van het inkomen of vermogen met ten minste 20%, of een ingrijpende wijziging in het beschikbare inkomen, zoals het beëindigen van de WSNP.
Gaat het om eenmalige kosten, zoals bijvoorbeeld de aanschaf van een bril, dan wordt de draagkracht in één keer in mindering gebracht op het bedrag van de kosten. Zijn de kosten hoger dan de draagkracht, dan wordt voor het restant bijzondere bijstand verstrekt. Zijn de kosten lager dan de draagkracht, dan wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. De resterende draagkrachtruimte blijft gedurende het vastgestelde draagkrachtjaar van kracht.
Gaat het om kosten die maandelijks terugkeren, dan wordt de berekende draagkracht gelijkmatig verdeeld over het draagkrachtjaar. De inwoner betaalt maandelijks een deel van de draagkracht en de gemeente vult het restant aan via de bijzondere bijstand. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, mits dit schriftelijk wordt vastgelegd en gemotiveerd.
Wanneer een inwoner tijdens het draagkrachtjaar bijzondere bijstand ontvangt voor periodieke kosten, en in de loop van het jaar ook bijzondere bijstand aanvraagt voor een eenmalige kostenpost, dan wordt beoordeeld hoeveel draagkracht er op dat moment reeds is aangewend. Op basis daarvan wordt het nog resterende deel van de draagkracht betrokken bij de beoordeling van de nieuwe aanvraag.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.4
OVER WELKE PERIODE WORDT DE DRAAGKRACHT BEREKEND?
Onderdeel van Beleidsregels ondersteuning minima 2026