Woonkosten moet de inwoner uit het inkomen betalen. Soms is dat lastig, omdat de inwoner niet altijd huurtoeslag kan krijgen. Onder bepaalde voorwaarden kan de inwoner dan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Dat noemen we: woonkostentoeslag.
2.5.2.1 Woonkostentoeslag bij huur
Voor de huur van een woning kan de inwoner in principe huurtoeslag krijgen. Bijzondere bijstand is daarom niet mogelijk. In drie situaties is dat anders. De gemeente kan bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken, als de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen:
over de eerste maand huur;
omdat de inwoner niet de maximale huurtoeslag kan krijgen; of
omdat de huur te hoog is.
Onder ‘huur’ verstaan we de ‘kale’ huur. Dat is de huur die voor de berekening van de huurtoeslag meetelt. Daarnaast kunnen servicekosten meegenomen worden. Het gaat om de servicekosten waarvoor huurtoeslag kan worden verstrekt. Zie ook: www.toeslagen.nl.
Bij uitzondering kan woonkostentoeslag worden aangevraagd voor de huur van een kamer of voor bewoning in een recreatiewoning (vanwege de schaarse woningmarkt)5 Deze maatregel wijkt af van het geldende woonbeleid, waarin permanente bewoning van recreatiewoningen niet wordt gedoogd. In uitzonderlijke situaties, waarbij sprake is van nood en de bewoning aantoonbaar tijdelijk van aard is, wordt in het kader van deze regeling tijdelijk van dat beleid afgeweken. Bij de aanvraag van woonkostentoeslag voor kostgeld kan alleen woonkostentoeslag worden verstrekt voor het deel dat betrekking heeft op de huur van een kamer of woning. Woonkostentoeslag is een bedrag ‘om niet’ (als schenking). Het inkomen van de inwoner boven de bijstandsnorm telt volledig mee als draagkracht. Het vermogen boven de vermogensgrens telt ook volledig mee bij het berekenen van de woonkostentoeslag.
Woonkostentoeslag kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.
2.5.2.2 Eerste maand huur
Huurtoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, mits de inwoner op die eerste dag al op dat adres was ingeschreven. Anders gaat de huurtoeslag een maand later in. Als dat het geval is, kan de gemeente woonkostentoeslag verstrekken ter hoogte van de niet ontvangen huurtoeslag over het deel van de eerste maand vanaf de dag van inschrijving.
Let op: als de inwoner een overbruggingsuitkering kan krijgen (zie artikel 2.5.19), dan is die uitkering ook bedoeld voor de eerste maand huur. In dat geval kan de inwoner niet ook nog bijzondere bijstand voor de niet ontvangen huurtoeslag krijgen.
2.5.2.3 Te hoge huur
Per 1 januari 2026 vervallen de maximale huurgrenzen als voorwaarde voor huurtoeslag. Inwoners met een huur boven de sociale huurgrens kunnen dan toch huurtoeslag krijgen, maar alleen over het deel van de kale huur dat binnen de sociale huurgrens valt. Ook vervalt de leeftijdgrens van 23 jaar. In 2026 krijgen jongeren vanaf 21 jaar recht op de volledige huurtoeslag.
De gemeente kan aanvullende bijstand verstrekken voor het bedrag dat de huurder aan huur moet betalen boven de sociale huurgrens.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag als volgt:
Aanvulling tot het niveau van de maximale huurtoeslag:
De gemeente verstrekt bijzondere bijstand voor het verschil tussen het bedrag aan huurtoeslag dat de inwoner feitelijk heeft ontvangen en het bedrag aan huurtoeslag waarop de inwoner, gelet op zijn actuele situatie (zoals inkomen, leeftijd en huishoudsamenstelling), aanspraak zou kunnen maken. Dit doet zich met name voor bij een gewijzigde inkomenssituatie gedurende het kalenderjaar.
Aanvulling voor huur boven de sociale huurgrens:
Indien de kale huurprijs van de woning de toepasselijke sociale huurgrens voor de huurtoeslag overschrijdt, beoordeelt de gemeente of ook voor het deel boven deze grens bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Daarbij betrekt de gemeente de individuele omstandigheden van de inwoner, waaronder de noodzaak van de huisvesting, het ontbreken van alternatieven en de inspanningen van de inwoner om goedkopere woonruimte te verkrijgen.
De situaties genoemd onder 1 en 2 kunnen zich gelijktijdig voordoen. Indien dit het geval is, worden de bedragen die vergoed worden uit de bijzondere bijstand bij elkaar opgeteld.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal twaalf maanden. De inwoner is in die periode in principe verplicht om:
te zoeken naar goedkopere woonruimte;
als woningzoekende ingeschreven te staan bij een woningcorporatie; en
een urgentieverklaring voor verhuizing naar een geschikte woning aan te vragen, als dat woningtoewijzing versnelt.
De woonkostentoeslag kan met een jaar worden verlengd, wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat de inwoner zich daarvoor voldoende ingespannen heeft. De gemeente kan de woonkostentoeslag maximaal twee keer verlengen.
2.5.2.4 Woonkostentoeslag bij eigen woning
Een inwoner die een eigen woning bewoont, komt niet in aanmerking voor huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag. De inwoner kan in aanmerking komen voor woonkostentoeslag, mits de eigen woning qua aard en gebruik vergelijkbaar is met een woning waarvoor, indien deze zou worden gehuurd, in beginsel recht op huurtoeslag zou kunnen bestaan.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning, zie artikel 2.5.2.1. De volgende woonkosten tellen mee:
de kosten van de hypotheekrente, na aftrek van de teruggaaf Inkomstenbelasting voor die kosten (niet de maandelijkse aflossing);
de zakelijke lasten van de woning, zoals premie brand- en opstalverzekering, eigenaarsdeel van waterschapslasten, rioolrechten, en onroerend zaakbelasting; en
een bedrag voor de kosten van onderhoud. Hiervoor maken we gebruik van de door Nibud opgestelde kosten van onderhoud.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal twaalf maanden. De inwoner is in die periode in principe verplicht om:
te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en
als woningzoekende ingeschreven te staan bij Bazalt wonen en Land van Altena; en
een urgentieverklaring voor verhuizing naar een geschikte woning aan te vragen, als dat woningtoewijzing versnelt.
Deze verplichtingen gelden niet, als de inwoner over dezelfde periode algemene bijstand voor levensonderhoud ontvangt en daarvoor krediethypotheek is gevestigd op de woning.
De woonkostentoeslag kan met een jaar worden verlengd, wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat de inwoner zich daarvoor voldoende ingespannen heeft. De gemeente kan de woonkostentoeslag maximaal twee keer verlengen.
2.5.2.5 Vergoeding kosten afsluiten krediethypotheek
Indien een inwoner een beroep doet op algemene bijstand en beschikt over een eigen woning met overwaarde, kan bijstand worden verstrekt als geldlening, mits een krediethypotheek wordt afgesloten. De kosten die hierbij komen kijken kunnen voor de inwoner een belemmering vormen om aan deze voorwaarde te voldoen.
Vanuit de bijzondere bijstand kunnen daarom de noodzakelijke kosten die rechtstreeks verband houden met het afsluiten van een krediethypotheek worden vergoed, voor zover deze kosten niet op andere wijze kunnen worden bekostigd. Het gaat hierbij om:
de kosten voor een (eventuele) taxatie van de woning;
de kosten voor het opstellen van de akte van krediethypotheek of pandovereenkomst;
de kosten voor de inschrijving in de openbare registers; en
bijkomende noodzakelijke notariële kosten.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2.
WOONKOSTEN
Onderdeel van Beleidsregels ondersteuning minima 2026