Bij toepassing van deze verordening wordt als volgt gemeten en berekend:
de oppervlakte, de lengte en de breedte van (onderdelen van) een woonschip worden buitenwerks gemeten, met dien verstande dat functioneel ondergeschikte bouwdelen zoals gangboorden tot een maximum van 50 cm buiten beschouwing worden gelaten.
de hoogte van (onderdelen van) een woonschip wordt gemeten vanaf de waterlijn.
bij het bepalen van de hoogte als bedoeld onder b worden uitstekende bouwdelen als schoorstenen, masten en afvoerpijpen buiten beschouwing gelaten.