Burgemeester en wethouders kunnen een ligplaatsvergunning intrekken indien:
de ligplaatsvergunning op basis van een onjuiste opgave of onjuiste informatie is verleend;
de werkelijke situatie niet meer overeenstemt met de gegevens in de ligplaatsvergunning;
niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid, milieuhygiëne of gezondheid;
het uiterlijk van het woonschip in strijd is met redelijke eisen van welstand;
het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder voorafgaande melding aan burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan twaalf aaneengesloten weken geen ligplaats inneemt;
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder.