Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Afstemming met andere vormen van hulp en ondersteuning

Onderdeel van Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2026

Wanneer in een hulpvraag of behoefte aan ondersteuning van een cliënt of jeugdige en/of ouder(s) niet kan worden voorzien binnen één wettelijk kader als bedoeld in deze verordening, draagt het college verantwoordelijkheid voor goede afstemming van de hulp en ondersteuning. De afstemming als bedoeld in het eerste lid heeft in ieder geval betrekking op hulp en ondersteuning vanuit: de Jeugdwet; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de Participatiewet; de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; de Wet inburgering 2021; de Wet kinderopvang; de Wet langdurige zorg; de Wet passend onderwijs; de Leerplichtwet; de Wet Publieke Gezondheid; de Zorgverzekeringswet; de Wet tijdelijk huisverbod; en, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, zodat deze zo veel mogelijk op elkaar aansluiten en ondersteunt de cliënt, jeugdige en/of ouder(s) actief bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van hulp en ondersteuning. De afgestemde hulp en ondersteuning wordt zodanig ingezet dat dit (indien van toepassing) leidt tot: opheffen van een situatie die voor cliënt, jeugdige en/of ouder(s) en/of diens omgeving levensbedreigend is, of met grote waarschijnlijkheid leidt tot ernstige gezondheidsschade; stabilisatie van een crisissituatie, anders dan bedoeld onder a; voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van cliënt of jeugdige en/of ouder(s), voor zover dat binnen het vermogen ligt; voldoende mate van meedoen in de (lokale) samenleving voor cliënt, jeugdige en/of ouder(s), voor zover dat binnen het vermogen ligt. Het college weegt bij de afstemming van hulp en ondersteuning de volgende aspecten mee: de behoefte aan hulp en ondersteuning van de inwoner of het gezin, alsmede de eigen kracht en mogelijkheden van het sociale netwerk of vanuit de sociale basis; welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect sorteert en in hoeverre hulp en ondersteuning gelijktijdig kan of moet worden ingezet; welke (informele) hulp en ondersteuning leidt tot de minste kosten op lange termijn. Het college ondersteunt een cliënt of de jeugdige en/of ouder(s) richting het Centrum Indicatiestelling Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt of de jeugdige in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. Indien de cliënt of de jeugdige en/of ouder(s) weigeren mee te werken aan ondersteuning als bedoeld in het vorige lid, is het college niet gehouden een individuele voorziening of maatwerkvoorziening toe te kennen of voort te zetten op grond van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel