Naar hoofdinhoud
De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 75% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige en/of ouder(s) ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. Als het op basis van het eerste lid vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om passende jeugdhulp in te kopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder de passende hulp kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. Het maximale pgb-tarief per uur, dagdeel of etmaal wordt vastgesteld op de dag van de toekenning en blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd, met uitzondering van eventuele indexaties van de bedragen. Als de kosten voor de jeugdhulp hoger zijn dan het vastgestelde pgb-tarief, betaalt de jeugdige en/of ouder(s), dan wel de wettelijke vertegenwoordiger zelf het verschil. Als de jeugdhulp mogelijk is tegen een lager tarief dan de geldende pgb-tarieven op basis van lid 1 en 2 van dit artikel, kent het college dit lagere tarief toe. In het besluit wordt opgenomen dat het tarief op verzoek van de jeugdige en/of ouder(s), dan wel de wettelijke vertegenwoordiger is vastgesteld. Bij jeugdhulp die wordt verleend op basis van een verklaring als bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, van de Regeling Jeugdwet bedraagt het pgb: de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociale netwerk zoals opgenomen in artikel 8ab, eerste lid, van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het budgetplan kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming; en/of, de tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, van de Regeling Jeugdwet. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud. Het college maakt minimaal één keer per jaar de tarieven bekend.

Rechtspraak bij dit artikel