Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 54 van deze verordening.
Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en deze met een pgb wenst in te kopen, moet hij een budgetplan opstellen volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan staat in ieder geval:
de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en waarom hij een pgb wenst;
welke ondersteuning de cliënt wil inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en hoe wordt geëvalueerd;
bij welke aanbieder hij de maatwerkvoorziening wil inkopen en hoe de ondersteuning georganiseerd wordt;
hoe de kwaliteit van de ondersteuning gewaarborgd is;
wat de kosten van de ondersteuning zijn, uitgedrukt in eenheden en tarief;
wie het pgb beheert, hoe deze taken worden uitgevoerd en de motivatie aan de hand van de punten benoemd in artikel 56 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; en,
indien van toepassing, welke ondersteuning de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
Het pgb heeft geen vrij besteedbaar bedrag.
Het pgb mag niet gebruikt worden voor:
kosten voor bemiddeling;
kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;
kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering;
reiskosten van de hulpverlener;
bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld;
een overlijdensuitkering;
kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; en,
kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag.
De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon:
meerderjarig is; en,
veilige, doelmatige en cliëntgericht ondersteuning verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt; en,
heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt.
Onder personen van het sociaal netwerk wordt verstaan:
familie van de cliënt tot en met bloed- of aanverwantschap in de derde graad;
andere betrokkenen waarmee hij een sociale relatie onderhoudt, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s.
Het college verstrekt een pgb als:
de cliënt motiveert dat hij de maatwerkvoorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend vindt;
uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 56 blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en
het oordeel van het college en met inachtneming van artikel 58 is gewaarborgd dat de ondersteuning die tot de maatwerkvoorziening behoort en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het budgetplan opgenomen beoogde resultaat.
Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorziening, wat zich in ieder geval voordoet als de voorgenomen uitvoerder in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag:
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
veroordeeld is tot een gevangenisstraf wegens het plegen van strafbare feiten; of,
op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder.
Het college weigert een pgb:
als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 2.3.6, vijfde lid, van de wet van toepassing is; en,
voor hulp die direct ingezet moet worden (spoedeisend belang).
Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 55.
Regels voor persoonsgebonden budget
Onderdeel van Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2026