De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding bij het vaststellen van de tarieven voor door derden te leveren diensten, als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet, door:
een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of,
een reële prijs vast te stellen. Die prijs geldt dan als ondergrens voor een inschrijving op een aanbesteding en het aangaan van een overeenkomst met de aanbieder.
De gemeente stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:
overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet; en,
rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.
De gemeente baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen:
de aard en omvang van de te verrichten taken;
de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;
een redelijke toeslag voor overheadkosten, zoals huisvestingskosten;
kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
reis- en opleidingskosten;
indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst;
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 70.
Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden
Onderdeel van Integrale verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2026