Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Procedure bij inspraak

Onderdeel van Participatieverordening Olst-Wijhe 2025

1.. Op inspraak is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij op grond van wet of gemotiveerd besluit van het bestuursorgaan bepaald is dat geen inspraak wordt verleend. 2.. Inspraak wordt altijd verleend als de wet daartoe verplicht. 3.. Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten om geen inspraak te verlenen indien: sprake is van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; inspraak wettelijk is uitgesloten; sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; het onderwerp betrekking heeft op tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; het belang van inspraak niet opweegt tegen het publieke belang. 4.. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een verslag op met daarin een weergave van de inspraakreacties of zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht en de reactie hierop, waarbij beargumenteerd aangegeven is op welke punten het voorstel wordt aangepast. 5.. Het bestuursorgaan maakt het verslag op de gebruikelijke manier openbaar.

Rechtspraak bij dit artikel