Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 5.

Procedure bij Overheidsparticipatie

Onderdeel van Participatieverordening Olst-Wijhe 2025

1.. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college: een verzoek tot een informeel gesprek over mogelijkheden en randvoorwaarden van een potentiële overheidsparticipatie indienen of; een verzoek om overheidsparticipatie indienen. 2.. Het verzoek bevat ten minste: een omschrijving van de gewenste overheidsparticipatie; de reden dat de indiener het verzoek indient; het resultaat dat de indiener beoogt. 3.. Overheidsparticipatie kan toegepast worden als het bevoegd bestuursorgaan van oordeel is dat het initiatief bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid, en/of bijdraagt aan maatschappelijke waarden voor Olst-Wijhe. 4.. Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten om niet bij te dragen aan een initiatief van overheidsparticipatie, indien: sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners; het initiatief naar het oordeel van het bestuursorgaan op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken. het onderwerp overwegend het privébelang van de indiener dient. 5.. Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst: maakt het bestuursorgaan met de indiener afspraken; verplichten zowel het bestuursorgaan als de indiener zich elkaar te informeren dat indien er zich dusdanige wijzigingen in de omstandigheden voordoen die effect hebben op het initiatief, dat het initiatief mogelijk niet meer kan voldoen aan de toetsing conform artikel 5 lid 3 en lid 4. 6.. Het college informeert de indiener binnen acht weken over het besluit op het verzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel