Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarieven

Onderdeel van Verordening forensenbelasting 2026

1. . De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende- zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2. . In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. . In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. . De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet , met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 5. . De belasting bedraagt bij een waarde van: minder dan € 79.000: € 274,00 € 79.000 of meer, doch minder dan € 158.000: € 570,00 € 158.000 of meer, doch minder dan € 238.000: € 740,00 € 238.000 of meer, doch minder dan € 317.000: € 849,00 € 317.000,-- of meer: € 987,00

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel