**1..** Een jongere die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen en hiermee zijn arbeidskansen kan vergroten, heeft in beginsel een scholingsplicht. Het behalen van een startkwalificatie vergroot de arbeidskansen. Iedere jongere zonder startkwalificatie heeft daarom in beginsel de plicht uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs te volgen.
**2..** Het college kan een uitzondering op de scholingsplicht maken wanneer een jongere geobjectiveerd aantoont dat regulier onderwijs niet gevolgd kan worden, of wanneer dit naar redelijke maatstaven (nog) niet van de jongere kan worden verlangd, rekening houdend met diens mogelijkheden en omstandigheden (redelijkheidstoets). Een uitzondering op de scholingsplicht wordt in ieder geval gemaakt als de jongere:
Een toereikende startkwalificatie heeft, mits de afgeronde opleiding voldoende arbeidsmarktperspectief biedt;
Een studieadvies heeft ontvangen waaruit blijkt dat terugkeer naar school niet haalbaar is;
Te maken heeft met bijzondere omstandigheden die een reële belemmering vormen om terug naar school te gaan;
Een schuldentraject volgt en geen toestemming krijgt om uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs te volgen;
(Nog) geen aanspraak kan maken op studiefinanciering, bijvoorbeeld omdat de jongere moet wachten tot het eerstvolgende instroommoment en dit de jongere niet kan worden aangerekend;
Inburgeraar is en een inburgeringstraject volgt;
Een door een deskundig vastgesteld cognitief, sociaal, medisch en/of psychisch probleem heeft.
**3..** Het Vavo dient eveneens te worden aangemerkt als uit 's Rijkskas bekostigd onderwijs. Hiervoor is geen beroep op studiefinanciering mogelijk, maar wel op Wtos.