Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Heeze-Leende 2026

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Bevoegd gezag: het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet, indien het een omgevingsvergunning betreft; het college in overige gevallen. Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument of object, overeenkomstig de geldende richtlijnen zoals gesteld door de RCE en eventueel door het college te stellen eisen. Bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e van de Wegenverkeerswet 1994. Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal milieubelastende activiteiten is verbonden. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heeze-Leende. Cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiele en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan tussen mens en omgeving, die mensen voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; het omvat o.a. alle historische waarden, zoals aardkunde, archeologie, landschap, stedenbouw, bouwkunst en verhalende aspecten. De aanwezige en het te verwachten culturele erfgoed is vastgelegd in een gemeentelijke ruimtelijke presentatie (erfgoedkaart). Cultuurhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de cultuurhistorische waarden van een monument, een complex van monumenten, een gebied of een object, overeenkomstig de geldende richtlijnen zoals gesteld door de RCE en eventueel door het college te stellen eisen. Cultuurhistorische waarde: aan een zelfstandige zaak toegekende waarde of waarde die in samenhang met de omgeving door de uiterlijke verschijningsvorm wezenlijk is voor de herkenbaarheid en de belevingswaarde van de historisch stedenbouwkundige of landschappelijke structuur, waarvan zij deel uitmaakt of op zichzelf representatief is voor, of verwijst naar een belangrijk aspect in de (cultuur)historische ontwikkeling van Heeze-Leende. Cultuurhistorische waardenkaart: de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en gebouwd erfgoed, waarop objecten, structuren en gebieden zijn weergegeven die belangrijk zijn voor de (herkenbaarheid van de) historische ontwikkeling van Heeze-Leende. Cultuurhistorisch waardevol object: onroerende zaak die in samenhang met de omgeving door de uiterlijke verschijningsvorm wezenlijk is voor de herkenbaarheid en de belevingswaarde van de historisch stedenbouwkundige of landschappelijke structuur waarvan zij deel uitmaakt of op zichzelf representatief is voor of verwijst naar een belangrijk aspect in de historische ontwikkeling van het grondgebied Heeze-Leende. Dunning: velling ter bevordering van de ontwikkeling van de verblijvende houtopstand, uitgevoerd conform bosbouwkundige inzichten. Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Gemeentelijke adviescommissie: adviescommissie zoals bedoeld in de ‘Verordening A2-adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Heeze-Leende 2023’. Gemeentelijke archeologisch monument: een overeenkomstig de Verordening fysieke leefomgeving als beschermd gemeentelijk archeologisch monument aangewezen terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Gemeentelijk dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn door hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden; deze stads- en dorpsgezichten zijn gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en worden als ‘gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht’ aangemerkt wanneer ze op basis van artikel 18 zijn aangewezen en opgenomen in het gemeentelijke erfgoedregister. Gemeentelijk erfgoedregister: register als bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, bestaande uit een gemeentelijke monumentenlijst en een lijst van gemeentelijke dorpsgezichten. Gemeentelijk groenmonument: overeenkomstig deze ‘Verordening fysieke leefomgeving” als gemeentelijk groenmonument aangewezen landschappelijke elementen en structuren, die deel uitmaken van cultureel erfgoed en die in het verleden door mensen zijn aangelegd en waaraan het historisch gebruik van een locatie kan worden afgelezen, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Gemeentelijk monument: een al dan niet gebouwde zaak; waaronder een gemeentelijk gebouwd monument, gemeentelijk groenmonument of gemeentelijk archeologisch monument, dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; Gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen. Incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal milieubelastende activiteiten. Kampeermiddel: een niet grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Kerkelijk monument: monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat tevens uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst. Markt: de door het college ingestelde warenmarkt die wekelijks wordt gehouden op het gemeentehuisplein aan de Jan Deckersstraat te Heeze. Monument: een al dan niet gebouwde zaak als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Richtlijnen voor bouw-, cultuur- en tuinhistorisch onderzoek: richtlijnen opgesteld i.o.v. de RCE voor bouwhistorisch, cultuurhistorisch en tuinhistorisch onderzoek respectievelijk genaamd: Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek; Lezen en analyseren van cultuurhistorisch erfgoed; Cultuurhistorisch Onderzoek in de vormgeving van de Ruimtelijke Ordening; Aanwijzingen en aanbevelingen; Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek. Voorwaardestellingen van groen erfgoed. Standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Standwerker: een persoon die publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel. Vellen: rooien; kappen; verplanten; knotten; kandelaberen; kandelaren; buitensporig opkronen Voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen. Weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid , onder b van de Wegenverkeerswet 1994.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel