Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 16.

Financieringsfunctie

Onderdeel van Financiële Beheersverordening Gemeente Tilburg 2025

1.. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2.. Het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal is een bevoegdheid van het college en is alleen mogelijk op grond van de uitvoering van de publieke taak. De raad bepaalt wat tot de publieke taak behoort en kan kaders stellen; dit betekent dat het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal een expliciet raadsbesluit vergt omdat alleen de raad de uitspraak kan doen wat tot de publieke taak van de gemeente hoort. 3.. Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal wordt een terughoudend beleid gevoerd. 4.. Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Dit betekent dat er bijvoorbeeld recht van hypotheek wordt gevestigd op een onroerend goed of een pandrecht op een roerend goed. In het raadsbesluit wordt toegelicht op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven. 5.. Garanties aan instellingen worden alleen verstrekt als deze garantie noodzakelijk is om een geldlening te kunnen afsluiten. 6.. Leningen worden alleen verstrekt aan instellingen als die ook met een gemeentegarantie geen geldlening kunnen afsluiten op de kapitaalmarkt. 7.. Bij het bepalen van de voorwaarden voor het verstrekken van een garantie of lening moeten de regels rondom Staatssteun en de Wet markt en overheid in acht worden genomen. 8.. Voor de door de gemeente verrichte diensten en ter dekking van het risico dat de gemeente loopt, wordt voor garanties aan de aanvrager een provisie in rekening gebracht. 9.. Conform BBV worden de rentelasten op basis van de omslagrente toegerekend aan de individuele activa. Deze toerekening wordt bij de jaarrekening gecorrigeerd wanneer de afwijking tussen de begrote en werkelijk toe te rekenen rentelasten groter is dan 25% van de werkelijk toe te rekenen rentelasten en de afwijking minimaal € 2 miljoen (materialiteit) bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel