Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 8.

Voor- en Vroegschoolse Educatie

Onderdeel van Subsidieregeling gemeente Oldebroek 2026

1.. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het signaleren en bestrijden van taal- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen in de leeftijd van 2-6 jaar in de gemeente Oldebroek met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand. De activiteiten leveren hiermee een bijdrage aan de doorgaande leerlijn. Specifiek voor de voorschool en/of voorschoolse voorzieningen: per jaar voert de voorschool minimaal 3 oudergesprekken over de uitvoering van de VVE, de ontwikkelingen van de peuter en de rol en participatie van ouders in de VVE; de voorschool heeft tweejaarlijks overleg met het CJG over signalering en toeleiding; de voorschool draagt zorg voor een warme overdracht naar de basisscholen met daarbij (met toestemming van de ouders) alle beschikbare informatie van de voorschoolse periode; de voorschoolse voorzieningen evalueert elk jaar de kwaliteit en resultaten van VVE, verbetert en borgt en rapporteert hierover kort in het jaarverslag aan de gemeente Oldebroek; de voorschoolse voorzieningen werkt met het programma TripleP voor positief opvoeden en de verwijsindex en een peuter met VVE-indicatie, hierna doelgroeppeuter, bezoekt naar rato van de plaatsingsperiode minimaal 320 uur per jaar (tussen 2 en 2,5 jaar) en minimaal 640 uur per jaar (vanaf de leeftijd van 2,5 jaar) de VVE-activiteiten om mee te kunnen tellen in de subsidie. 2.. Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan voor- en vroegschoolse instanties. 3.. Hoogte van de subsidie De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de ingediende aanvraag, begroting en het beschikbare subsidieplafond. De berekening van de subsidie voor de voorschool is als volgt: Subsidie per doelgroeppeuter per jaar (naar rato van de geplaatste periode): doelgroeppeuters van 2 tot 2,5 jaar van ouders die geen kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen: maximaal 320 uur x maximaal uurtarief kinderopvangtoeslag minus de gefactureerde ouderbijdrage over de afgenomen uren (volgens VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang); doelgroeppeuter vanaf 2,5 jaar van ouders die geen kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen: 640 uur x maximale uurtarief kinderopvangtoeslag minus de gefactureerde ouderbijdrage over 320 uur per jaar (volgens VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang); doelgroeppeuter vanaf 2,5 jaar van ouders die kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen: Voor de eerste 320 uur per jaar VVE dient de ouder kinderopvangtoeslag aan te vragen. De 320 extra VVE-uren uren, zijn voor rekening van de gemeente. Hiervoor wordt het maximale uurtarief voor kinderopvangtoeslag vergoed. Groepsfinanciering: De extra kwaliteit die voor de uitvoering van VVE op een VE-groep moet worden geboden, wordt per groep gefinancierd. Groepsfinanciering is een jaarlijks bedrag per groep op basis van het aantal peuters op de groep en het aandeel doelgroeppeuters van 2,5 jaar en ouder daarbinnen. Inzet van de wettelijk verplichte pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (PMB VE): Voor deze inzet bedraagt de subsidie € 400,00 per doelgroeppeuter van 2,5 jaar of ouder op peildatum 1 januari van het betreffende subsidiejaar. De berekening van de subsidie voor de vroegschool is als volgt: Subsidie voor ondersteuning van taalactiviteiten op de basisscholen wordt verdeeld op basis van het aantal leerlingen met een VVE-indicatie. De peildatum hiervoor is 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd. Het hiervoor gereserveerde bedrag zal worden gedeeld door het aantal vve kinderen op de vroegschool. 4.. Verplichtingen Het college kan in de verleningsbeschikking verplichtingen opleggen. de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) activiteiten worden uitgevoerd conform het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2022-2026 en wet- en regelgeving; Elk jaar in oktober worden de resultaten van de VVE-trajecten met de gemeente gedeeld; Voorschoolse voorzieningen dienen voor de subsidieaanvraag en voor de subsidieverantwoording gebruik te maken van de door de gemeente beschikbaar gestelde formats. 5.. Verantwoording Voorschoolse voorzieningen dienen na het subsidiejaar de volgende verantwoording aan te leveren voor het definitief vaststellen van de subsidie: Een inhoudelijk jaarverslag: met een beschrijving van de uitgevoerde activiteiten, het aantal bereikte peuters en waar in ieder geval wordt beschreven hoe voldaan is aan de onder 1 genoemde activiteiten en welke ontwikkeling is doorlopen en gewerkt is aan de kwaliteit in de VVE in het subsidiejaar; Een financiële verantwoording, middels het invullen van het gemeentelijk verantwoordingsformat, over de ontvangen subsidiegelden: subsidie per doelgroeppeuter per jaar: het aantal bereikte doelgroeppeuters met een afrekening van het daadwerkelijk afgenomen uren, waarbij rekening wordt gehouden met de gefactureerde ouderbijdrage. groepsfinanciering: wordt vastgesteld op het jaarlijks bedrag per groep op basis van het werkelijk gemiddeld aantal peuters per dag op de groep en het aandeel doelgroeppeuters van 2,5 jaar en ouder daarbinnen. Inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (PBM’er VE): vindt plaats op basis van het daadwerkelijk aantal geplaatste doelgroeppeuters van 2,5 jaar en ouder op peildatum 1 januari van het subsidiejaar. De subsidie voor de vroegschool wordt direct vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel