Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8.

Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht

Onderdeel van Participatieverordening gemeente Maashorst

1.. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2.. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3.. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; of het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6, derde lid gestelde eisen dan wel dat dit onvoldoende aannemelijk is gemaakt. 4.. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; als de taak economische activiteiten bevat waarvoor nog niet is aangetoond dat hiervoor geen concurrerende markt van vraag en aanbod bestaat; het verzoek onvoldoende bijdraagt aan leefbaarheid of maatschappelijke meerwaarde; of het verzoek onvoldoende inclusief is. 5.. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen. Indien de gemeenteraad het bestuursorgaan betreft, kan het college de genoemde termijn met acht weken verdagen. 6.. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar via de gemeentelijke website.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel