Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.12

Hoogte van een persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2026

1.. Voor een sportvoorziening wordt uitsluitend een gemaximeerd persoonsgebonden budget verstrekt. De hoogte is gelijk aan de werkelijke kosten van de sportvoorziening tot een maximum van € 3.727,72. Tegelijk met de verstrekking van de aanschafkosten wordt een forfaitair bedrag verstrekt van € 828,83 waarmee voor een periode van drie jaren een sportvoorziening aangepast, verzekerd, gerepareerd en onderhouden dient te worden. De werkelijke kosten van de sportvoorziening worden bepaald op basis van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 2.. Ten behoeve van de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden kan het college van de inwoner vragen om een offerte te overleggen van een leverancier die de sportvoorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is aangevraagd, kan leveren. Die offerte moet ook een indicatie voor de onderhouds- en reparatiekosten gedurende de afschrijvingsduur bevatten. Het college kan, ter verificatie van de overgelegde offerte, een tweede offerte van een andere leverancier aan de inwoner vragen. Het college kan in de plaats van de inwoner uit eigen beweging een offerte of meerdere offertes opvragen. 3.. Als de inwoner nog steeds gebruikt maakt van de sportvoorziening kan, aansluitend aan de in het eerste lid bedoelde periode van drie jaar, jaarlijks een forfaitair bedrag in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt worden van € 574,31 in de kosten van aanpassing, verzekering, onderhoud en reparatie van de sportvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel