Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2026

1.. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel bedraagt niet meer dan de kostprijs van de goedkoopst compenserende zaak die de inwoner op datzelfde moment zou hebben ontvangen als deze als maatwerkvoorziening in natura zou zijn verstrekt. De kostprijs: is het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de aanbieder waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, of is het bedrag van de tegenwaarde van de huurprijs zoals die door de gemeente aan de leverancier wordt betaald, in het geval dat de goedkoopst compenserende voorziening in natura de huur van die betreffende voorziening is, of is het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte, als de gemeente voor de betreffende voorziening geen overeenkomst heeft afgesloten. 2.. Ten behoeve van de vaststelling van de hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, kan het college van de inwoner vragen om een offerte te overleggen van een leverancier die het hulpmiddel waarvoor het persoonsgebonden budget is aangevraagd, kan leveren. Het college kan, ter verificatie van de overgelegde offerte, een tweede offerte van een andere leverancier aan de inwoner vragen. Het college kan in de plaats van de inwoner uit eigen beweging een offerte of meerdere offertes opvragen.

Rechtspraak bij dit artikel