**1..** Als een inwoner de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een persoonsgebonden budget, dan beoordeelt het college of de inwoner beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Daarvoor beoordeelt het college of de inwoner:
zijn eigen situatie overziet en een duidelijk beeld heeft van de hulpvraag,
op de hoogte is van de regels en verplichtingen die horen bij het persoonsgebonden budget of ervan op de hoogte is hoe hij deze zelfstandig kan vinden,
in staat is om een overzichtelijke administratie bij te houden die de bestedingen van het persoonsgebonden budget inzichtelijk maakt,
voldoende vaardig is om te communiceren met de gemeente, de zorgverzekeraar, de Sociale verzekeringsbank en de zorg- of dienstverlener,
in staat is om zelfstandig te handelen en onafhankelijk van een ander voor een zorg- of dienstverlener kan kiezen,
in staat is om afspraken te maken, deze vast te leggen en deze te verantwoorden aan de gemeente en de Sociale verzekeringsbank,
kan beoordelen en beargumenteren of de aan hem geleverde voorziening passend en van goede kwaliteit is,
de inzet van de zorg- of dienstverleners kan coördineren,
in staat is om als werkgever of als opdrachtgever de zorg- of dienstverlener aan te sturen,
over voldoende kennis, waaronder juridische kennis, beschikt over het werkgeverschap of het opdrachtgeverschap of anders weet waar hij deze kennis weet te raadplegen.
**2..** Als het persoonsgebonden budget overeenkomstig artikel 4 aan de leverancier zal worden betaald, dan beoordeelt het college of de inwoner beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren aan de hand van de onderdelen a, b en g uit het eerste lid.
**3..** Voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget als bedoeld in de artikelen 5.6, eerste lid, 5.9, eerste lid, of 5.10, eerste lid, van de verordening, beoordeelt het college of de inwoner beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren aan de hand van de onderdelen a, b, c, d en g uit het eerste lid.
**4..** Als het college vaststelt dat de inwoner niet in voldoende mate beschikt over de vaardigheden die nodig zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, dan weigert het college de verstrekking van het persoonsgebonden budget wegens het niet voldoen aan het vereiste van artikel 2.3.6, tweede lid aanhef en onderdeel a, van de wet.
**5..** Als beoogd wordt dat het persoonsgebonden budget zal worden beheerd door een vertegenwoordiger van de inwoner, dan zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5
Vaardigheden budgethouder
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2026