Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.3

Arbeidsmigranten hebben recht op een goed woon- en leefklimaat

Onderdeel van Bouwsteen Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026

Doel Zorgen voor een goed woon- en leefklimaat voor arbeidsmigranten. De kwaliteit van de huisvesting voldoet aan wet- regelgeving. Uitgangspunten Bij de huisvesting van arbeidsmigranten moet sprake zijn van kwalitatief goede huisvesting. Zoals al eerder opgemerkt betreft dit, ongeacht de verblijfsduur van de arbeidsmigrant, de kwaliteit van wonen. Daarvoor sluiten we aan bij de technische kwaliteitseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast geldt voor de huisvesting van arbeidsmigranten hetzelfde beschermingsniveau als voor plattelandswoningen. Dit betekent dat de milieueffecten van het eigen agrarische bedrijf niet worden meegenomen in de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, tenzij er sprake is van hergebruik van seizoenshuisvesting. De arbeidsmigranten die in het geval van hergebruik worden gehuisvest hebben namelijk geen relatie met het eigen agrarische bedrijf. De effecten van naastgelegen bedrijven worden altijd meegenomen in de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Aanvragen voor OPA’s worden getoetst aan de beoordelingsregels uit het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’. Aanvragen voor BOPA’s worden getoetst ETFAL en de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’. Maatregelen Huisvesting moet voldoen aan de technische eisen van het Bbl; Aanvragen voor een OPA worden getoetst aan de beoordelingsregels uit het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’; Aanvragen voor een BOPA worden getoetst aan ETFAL en de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’.

Rechtspraak bij dit artikel