Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4:

Onderzoek en zienswijze bij het opleggen van een bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Omgevingswet 2026

1.. Voordat de bestuurlijke boete wordt opgelegd, vindt onderzoek plaats waarvan de resultaten in een boeterapport worden opgenomen, tenzij art 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht hier niet toe verplicht. 2.. Als de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijzen naar voren te brengen, wordt het boeterapport reeds bij uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt; zorgt het bestuursorgaan voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt. 3.. Bij het voornemen een bestuurlijke boete op te leggen van € 340,- of hoger wordt de overtreder door of namens het college in de gelegenheid gesteld mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen te geven op het voornemen een bestuurlijke boete op te leggen binnen een door het college te stellen termijn. 4.. Bij een bestuurlijke boete lager dan € 340,- kan een overtreder ook een zienswijze geven op het voornemen een bestuurlijke boete op te leggen als overtreder dit wenst of de situatie daartoe aanleiding geeft. 5.. Het college vermeldt in het besluit hoe zienswijzen zijn meegewogen in de boete-afweging en hoe het voorgenomen besluit is getoetst aan het evenredigheidsbeginsel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel