Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.18

Vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2026

Uitgangspunt alvorens een vervoersvoorziening wordt verstrekt, is het benutten van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de cliënt, de meerderjarige huisgenoten en/of het sociale netwerk. Van meerderjarige huisgenoten wordt verwacht dat zij de cliënt begeleiden bij vervoer, dan wel vervoeren naar (medische) afspraken, dagbesteding en familiebezoek. Ook van eerste en tweedegraads familieleden kan verwacht worden dat zij cliënt begeleiden/vervoeren naar (medische) afspraken. Een vervoersvoorziening op grond van de Wmo is bedoeld voor het regelmatig, wekelijks of maandelijks reizen (minimaal 12 keer per jaar) van en naar lokale/regionale bestemmingen (enkele reis tot maximaal 30 km/5 OV-zones) met een maximum van 2000 kilometer per jaar. Voor bovenregionale bestemmingen kan de cliënt gebruik maken van Valys. Het college kan in uitzondering op lid 2 bepalen dat een cliënt voor het lage tarief kan reizen naar een bovenregionale bestemming indien: er sprake is van bovenregionaal contact met een persoon, die uitsluitend door de cliënt zelf bezocht kan worden en dit bezoek noodzakelijk is voor de cliënt om dreigende vereenzaming te voorkomen; de cliënt naar het oordeel van het college één van de volgende bestemmingen moet bereiken waarvoor geen passend alternatief in de nabije woonomgeving beschikbaar is en gebruik van Valys of andere voorliggende oplossingen hiervoor niet mogelijk is: sociale voorzieningen en ontmoetingsplekken (buurthuizen, wijkcentra, inloophuizen, activiteitencentra voor mensen met een beperking, locaties voor lotgenotencontact of mantelzorgbijeenkomsten); culturele en maatschappelijke participatieplekken (bibliotheken, musea of culturele centra (indien onderdeel van een begeleid traject), sportverenigingen of beweeggroepen met een sociaal ondersteuningsdoel); religieuze of levensbeschouwelijke bijeenkomsten (kerk, moskee, synagoge of andere gebedshuizen, indien dit aantoonbaar bijdraagt aan het welzijn en sociale netwerk van de cliënt). Een cliënt komt in aanmerking voor een collectieve vervoersvoorziening als hij niet in staat is om: het reguliere openbaar vervoer (inclusief Flex - https://reizendoorzeeland.nl/flex) te gebruiken, ook niet al dan niet met een begeleider uit het sociale netwerk van de cliënt; gebruik te maken van een (eigen) auto of vervoer via familie, vrienden en kennissen; een (elektrische) fiets, bromfiets of snorfiets te gebruiken; en, sociale vervoersmogelijkheden te benutten voor het participeren, zoals de Boodschappenbus/Samen op stap bus. Een cliënt die om zwaarwegende, medische redenen niet kan reizen met medepassagiers kan in aanmerking komen voor individueel reizen bij de collectieve vervoerder. Het college kan een toekenning van een collectieve vervoersvoorziening beëindigen als de cliënt, na twee schriftelijke waarschuwingen voor het overtreden van de geldende regels voor het gebruik van collectief vervoer, zich nogmaals schuldig maakt aan: beledigend, intimiderend of ander ongewenst gedrag tegen chauffeurs, andere betrokkenen van de vervoerder en medepassagiers; overlast veroorzaken voor de chauffeur en medepassagiers tijdens het vervoer, zoals luidruchtig of vervuilend gedrag; het niet tijdig gereed staan op het afgesproken tijdstip; het bij verhindering niet op tijd annuleren van een geplande vervoersrit; en/of, het niet opvolgen van veiligheidsinstructies, zoals het dragen van de veiligheidsgordel en zorgen dat mee te nemen hulpmiddelen (rollators, rolstoelen e.d.) verantwoord vervoerd kunnen worden. Indien naar het oordeel van het college een kilometervergoeding noodzakelijk is, bestaat de vergoeding uit de onbelaste vergoeding per kilometer zoals gehanteerd door de Belastingdienst voor maximaal 1500 kilometer per jaar.

Rechtspraak bij dit artikel