Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Asten 2026

1.. De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet genoemde gevallen geweigerd worden indien: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op of niet aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van de gemeente; de activiteiten niet plaatsvinden binnen de gemeente; de activiteiten een regionaal dan wel landelijk karakter hebben; de activiteiten een commercieel oogmerk hebben; de activiteiten niet behoren tot de reguliere taak van de aanvrager; de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de activiteiten te bekostigen; de subsidie niet past binnen het door de gemeente gevoerde beleid dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben; de subsidie het voor de verstrekking beschikbare bedrag uit de begroting overschrijdt; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; in bij de betrokken nadere regels bepaalde gevallen; of als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt. 2.. Onverminderd het eerste lid weigert het college de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; of als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 3.. Onverminderd het eerste en tweede lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader; of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel