De kunstuiting en (de relatie met) de beoogde locatie zullen worden beoordeeld op esthetiek, stijl, originaliteit, kwaliteit, duurzaamheid materiaalgebruik en onderhoud. Het college kan advies inwinnen door participatie binnen de gemeenschap of bij externe adviseurs.
Daarnaast vindt er een technische planologische beoordeling plaats met betrekking tot verkeersaspecten, veiligheidsaspecten, wenselijkheid en plaatsingsmogelijkheden van de kunstuiting.
Bij de beoordeling worden tevens de onderstaande aspecten betrokken:
a. Het aantal kunstuitingen in de directe omgeving;
b. De kunstuiting is niet in strijd met de goede zeden;
c. De kunstuiting is niet in strijd met openbare orde en veiligheid;
d. De kunstuiting is geen reclame-uiting;
e. De kunstuiting is duurzaam in ontwerp en beheer;
f. De kunstuiting is geen op zichzelf staand object, het dient de openbare ruimte te versterken en/of duidelijk symbool te staan voor specifieke locaties, bijzondere mensen of uitzonderlijke gebeurtenissen;
g. De kunstuiting is vandalismebestendig waardoor ongewenste graffiti of bekrassing eenvoudig te verhelpen is;
h. Er dient draagvlak te zijn voor het kunstobject in de naaste omgeving.
i. De kunstuiting dient een openbaar karakter te hebben, voor iedereen toegankelijk te zijn en geen doelgroepen uit te sluiten;
j. De kunstuiting nodigt uit tot communicatie met inwoners, bezoekers en samenwerkingspartners;
k. De kunstuiting dient inhoudelijk te getuigen van een doordachte verbeelding en technisch uitvoerbaar te zijn;
l. Het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd staat in een redelijke verhouding tot de begroting en de gevraagde subsidie.
Artikel 6. Beoordeling
Artikel 6. Beoordeling
Onderdeel van Subsidieregeling Fonds voor Kunst en Cultuurhistorie in de Openbare Ruimte’