3.1 Algemeen
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Er vindt naar het oordeel van het bevoegd gezag geen toename van ongewenste cumulatie plaats binnen een straal van 1kilometer rondom de huisvestingslocatie.
Er vindt geen aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
3.2 Locatie
De huisvesting van arbeidsmigranten is uitsluitend toegestaan bij een agrarisch bedrijf.
De huisvesting van arbeidsmigranten is uitsluitend toegestaan ter plaatse van een hoofdvestiging.
In afwijking van art. 3.2, lid 2 is de huisvesting van arbeidsmigranten toegestaan ter plaatse van een nevenvesting, mits aangetoond wordt dat huisvesting op de hoofdvestiging ruimtelijk niet mogelijk is.
De huisvesting vindt plaats in bestaande bedrijfsgebouwen, niet zijnde een plattelandswoning, kampeermiddelen en/of stacaravans.
In afwijking van art. 3.2, lid 4 is de huisvesting ook toegestaan binnen nieuw te bouwen modulaire bedrijfsgebouwen, mits wordt aangetoond dat de huisvesting binnen bestaande bedrijfsgebouwen vanuit bouwtechnische en/of bedrijfseconomische redenen niet mogelijk is.
3.3 Werknemers
Het aantal te huisvesten arbeidsmigranten wordt onderbouwd op basis van seizoensbehoefte met een advies van de AAB;
Het aantal te huisvesten arbeidsmigranten bedraagt maximaal 99 personen per huisvestingslocatie.
De huisvesting is uitsluitend bestemd voor arbeidsmigranten die werkzaamheden verrichten voor het agrarische bedrijf op het perceel.
In afwijking van art 3.3, lid 3 is hergebruik van seizoenshuisvesting toegestaan als wordt voldaan aan het volgende:
bij de beoordeling op grond van art. 3.1, lid 1 worden ook de milieueffecten van de eigen bedrijfsvoering beoordeeld;
hergebruik van seizoenshuisvesting vindt uitsluitend plaats gedurende een laag arbeidsintensief teeltseizoen dat wordt onderbouwd met een advies van de AAB.
3.4 Kwaliteitseisen
Ter plaatse van de huisvestingslocatie is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
De huisvesting heeft een minimum woonoppervlakte van 15m2 GBO per te huisvesten werknemer, waarbij eenpersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 5,5 m2 GBO en tweepersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 11 m2 GBO.
De huisvesting heeft een aaneengesloten multifunctionele buitenruimte met een minimum oppervlakte van 5 m2 per persoon, deze multifunctionele buitenruimte wordt niet tot de minimum oppervlakte genoemd onder lid 2 gerekend.
In aanvulling op artikel 3.4, lid 3 wordt voorzien in voldoende sport- en recreatievoorzieningen.
Als toepassing wordt gegeven aan artikel 3.2, lid 5 wordt een kwalitatief stedenbouwkundig plan overlegd.
Als toepassing wordt gegeven aan artikel 3.2, lid 5 vindt een landschappelijke inpassing plaats, waarvan de aanleg en instandhouding als voorwaarde in de omgevingsvergunning wordt opgenomen.
Het parkeren vindt plaats op eigen terrein en de parkeervoorzieningen voldoen qua aantal en maatvoering aan de Nota parkeernormen.
3.5 Termijn
De omgevingsvergunning wordt voor ten hoogste 15 jaar verleend.
3.6 Participatie
Participatie is een verplicht onderdeel van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
De participatie voldoet aan de eisen gesteld in het Participatiebeleid gemeente Horst aan de Maas.
Het bevoegd gezag kan de aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning buiten behandeling laten bij het niet of niet voldoende uitvoeren van participatie.