De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht voor het gebruikersdeel met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft.
Indien de belastingplicht voor het gebruikersdeel met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt bestaat aanspraak op ontheffing voor voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft, tenzij het bedrag van de ontheffing minder dan € 5,00 bedraagt.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar het feitelijk gebruik van een perceel beëindigd en direct aansluitend het feitelijk gebruik van een ander perceel heeft.
Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
Hoofdstuk
Artikel 10.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2026