Een medewerker van de gemeente maakt zo snel mogelijk nadat de inwoner zich heeft gemeld een afspraak voor een gesprek over de hulpvraag en informeert de inwoner over de gang van zaken bij dat gesprek. Het doel van dit gesprek is om een goed beeld te krijgen van het effect dat de inwoner met zijn hulpvraag wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie.
Het gesprek kan bij de inwoner thuis zijn (huisbezoek), als de inwoner dit wil of als dat van belang is voor de hulpvraag. Voor de Wmo kan het gesprek ook telefonisch plaatsvinden als dat voldoende is. Als de hulpvraag en de persoonlijke situatie van de inwoner voldoende bekend zijn bij de gemeente, kan de gemeente beslissen dat een gesprek niet nodig is.
Voor de Jeugdwet kunnen meerdere gesprekken nodig zijn om de hulpvraag goed te onderzoeken. In spoedeisende gevallen kan de gemeente besluiten om direct een tijdelijke specialistische voorziening in te zetten in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige of zijn ouder(s).
De gemeente informeert de inwoner en eventueel zijn ouders, vertegenwoordiger of mantelzorger dat zij gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning via MEE Samen. Daarbij staat het belang van de inwoner centraal. De inwoner kan de cliëntondersteuner inschakelen als hij bijvoorbeeld graag wil dat iemand meegaat naar het gesprek, helpt met de voorbereiding hiervan of helpt met het indienen van een aanvraag. De inwoner hoeft voor deze ondersteuning niet te betalen.
De gemeente zorgt waar nodig voor het vergoeden van een tolk bij gesprekken met consulenten (bijvoorbeeld bij keukentafelgesprekken).
Bij het onderzoek stelt de gemeente de identiteit van de inwoner en eventueel zijn ouder(s), vertegenwoordiger of mantelzorger vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document (als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of op basis van art 2.3.4 Wmo 2015), tenzij de identiteit al bij de medewerker bekend is.
Als de inwoner een persoonlijk plan of familiegroepsplan heeft gemaakt, betrekt de medewerker dit bij het gesprek. De inwoner kan iemand (bijvoorbeeld een familielid of een onafhankelijk cliëntondersteuner) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2.2.1
Doel (voor)onderzoek en procedure gesprek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2026 gemeente Dalfsen