(Lid 2 van dit artikel is alleen van toepassing voor de Wmo 2015)
De medewerker maakt een onderzoeksverslag van het gesprek. In dit onderzoeksverslag zijn de volgende punten beschreven:
Stap 1: De gemeente stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is.
Stap 2: De gemeente stelt hierna vast welke problemen en beperkingen er precies zijn.
Stap 3: De gemeente bepaalt welke hulp nodig is en hoeveel.
Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht) of met gebruikelijke hulp, hulp vanuit het sociaal netwerk, mantelzorg, algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen, organisaties of wettelijke regelingen.
Stap 5: De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.
De medewerker betrekt het persoonlijk plan of familiegroepsplan bij het onderzoeksverslag, als de inwoner dit plan heeft gemaakt en heeft aangeleverd. Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner of van betrokken derden worden aan het onderzoeksverslag toegevoegd.
De medewerker stuurt het onderzoeksverslag naar de inwoner, tenzij de inwoner heeft aangegeven dat niet te wensen. De inwoner ondertekent het onderzoeksverslag en stuurt dit naar de gemeente. Als de inwoner het niet eens is met het onderzoeksverslag, kan hij dat daarop aangeven.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2.2.3
Onderzoeksverslag
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2026 gemeente Dalfsen