In afwijking van artikel 2 worden de volgende giften en bijdragen geheel niet in aanmerking genomen:
Bijdragen van voedselbanken (zoals benoemd artikel 18 achtste lid van de wet);
Giften in de vorm van verstrekkingen van charitatieve instellingen met het ANBI en/of CBF-keurmerk en van directe partners van de gemeente Almere;
Giften voor kosten waar anders een vergoeding vanuit de bijzondere bijstand of WMO mogelijk zou zijn;
Giften voor kosten inzake persoonlijke ontwikkeling die evident bijdragen aan arbeidsinschakeling;
Giften die bestemd zijn voor het aflossen van schulden om een huisuitzetting of afsluiting van G/W/L te voorkomen en waar nog niet eerder giften voor zijn vrijgelaten binnen de bijstandsperiode;
Bijdrage in natura als de bijstandsgerechtigde zelf niet de mogelijkheid heeft om de waarde van een gift in natura uit te geven, bijvoorbeeld door het verkopen van de gift.